De Keijserskroon, Kroniek van een Herberg

De Keijserskroon
De Steenpoort met links het witte gebouw Herberg “De Keijserskroon”.

Hoe anders is het tegenwoordige wegennet rondom Ootmarsum vergeleken met vroeger. Al het verkeer ging met paard en wagen. Welgestelden reden op eigen paard of lieten zich in hun rijtuigjes rijden.

Grotestraat 1904
Grotestraat 1904

De postwagens uit Almelo kwamen door de Houten- of Zuiderpoort de stad binnen, en reden door de “Poolstegge”, later Schildstraat, en nu Grotestraat; de weg boog dan naar rechts en volgde de huidige Marktstraat, lang geleden Helweg of Steenstraat genoemd. Via de Steenpoort was het mogelijk naar Frensdorf (Dld) en Denekamp te rijden.Verderop kon de weg naar Hardenberg en Drente worden ingeslagen.

Grotestraat 2004
Grotestraat 2004

Een herberg niet ver van de poort aan de weg door de stad, kon zeker op reizigers van de postwagens en andere doortrekkers rekenen.

Gerrit ten Oever

In de stad Ootmarsum was omstreeks 1771 de waard van de herberg “Het Witte Paard” Gerrit ten Oever1 een bekende figuur. Niet alleen omdat hij gasten van hun dorst afhielp, maar vooral ook omdat hij als keurnoot of bijzitter deelnam aan het Landgericht Ootmarsum. Hij trad op als gemachtigde of vertegenwoordigde mensen die een zaak bij het gericht hadden. In 17722 werd hij als “volmachtigen” aangewezen voor een zaak door het “Landgericht Kedingen” bij Markelo. De precieze ligging van herberg “Het Witte Paard” was niet vast te stellen.

Enkele jaren later is het logement of herberg “De Keijserskroon“ wel te lokaliseren. Op de hoek van de Grotestraat en de Ganzenmarkt tegenover het Hofmeierhuis (nu pand Brummelhuis annex postkantoor) lag “De Keijserskroon” met …..Gerrit ten Oever als waard.

Evenals de andere huizen in de straat zal de herberg een boerderijachtig aanzien hebben gehad, echter zonder staldeuren en deel. In plaats daarvan een gelagkamer waarin tafels met banken stonden.

De Keijserskroon

In zijn dagboek vermeldde Wennemar Dröghoorn3 (vrederechter in Ootmarsum) in 1776 het logement met de naam “De Keijserskroon”. Of de naam “Het Witte Paard“ vervangen is door de naam “De Keijserskroon” blijft een niet te beantwoorden vraag.

Zoals wij zullen zien bleef deze laatste naam tot ver in de 19e eeuw gehandhaafd. De naam van het logement van ten Oever zal op een uithangbord te zien zijn geweest. Gerrit ten Oever was op 27 september 1744 getrouwd met Janna Westenberg uit Tubbergen. Een zoon uit dit huwelijk, Georginus of Jurriën, werd in 1750 geboren. Op 1 november 1783 trouwde hij met Maria Nieboer. Jurriën werkte bij zijn vader in de herberg tot deze omstreeks 1786 overleed en hij de zaak voortzette.

Over de gang van zaken in het logement “De Keijserskroon“ worden wij geïnformeerd door het dagboek van Joan Georg Dröghoorn4 (oud rentmeester van het Huis Ootmarsum). Hierin noteerde hij een aantal voorvallen uit de jaren 1790-1793 bij logement ten Oever:

  • “Een drinkgelag: op 21 november 1790 ‘s avonds begon het schoenmakersgilde bij ten Oever te drinken…..”
  •  Begrafenismalen en bruiloften werden er regelmatig gehouden .
  • ”Twee personen, die zich uitgaven voor baronnen de Haas uit Drente en een industrietje in de stad wilden vestigen, logeerden er, maar verdwenen zonder te betalen”.
  • ”Op de avond van de zevende juni 1791 ontkwam Ootmarsum ternauwernood aan een ramp. Om circa zes uur ‘s avonds brak brand uit bij ten Oever, maar gelukkig werd deze nog bijtijds geblust….”

Voor de reizigers met paard, koets of wagen, destijds de enige vervoermiddelen naast eigen rijtuig of postkoets, had ten Oever om de hoek aan de Ganzenmarkt een paardenstalling.

Als gevolg van de politieke patriottische verwikkelingen en de oorlog elders in Europa, trokken in 1793 troepen uit het aangrenzende koninkrijk Hannover in Twente de grens over en kreeg Ootmarsum inkwartiering. Bij ten Oever werden 25 soldaten ondergebracht.

In 1795 werd in Ootmarsum tussen 21 en 23 oktober een volkstelling5 gehouden: herbergier J. ten Oever in het Schildvierendeel werd daarbij met inbegrip van het personeel, met 11 personen vermeld.

Op 61 jarige leeftijd overleed Jurriën in 1811 en werd op 13 juli in Ootmarsum begraven. Spoedig daarna kwam het logement “De Keijserskroon” in andere handen.

Gerhardina van Assen-Vogelaar

Processen-verbaal van eedprestaties6 door onder meer wijntappers vermeldden voor het jaar 1814 de weduwe P.L. van Assen als wijntapster.

Ook uit andere gegevens bleek de weduwe nu “De Keijserskroon” te exploiteren. De volkstelling van het jaar 1815 noemt de weduwe P.L. van Assen als bewoonster van het logement in het Schildvierendeel nr. 33, met vier personen.

Uit het slot van een acte uit 18137 aangaande de verkoop van het Huis Ootmarsum lezen wij, dat Felix de Saucerotte, een schoonzoon van de beruchte drost van Twente, logeerde in het logement “De Keijserskroon”, eigendom van de weduwe P.L. van Assen. Deze weduwe heette van zichzelf Gerhardina Vogelaar, geboren omstreeks 1754. Zij was getrouwd geweest met Pelgrim Louis van Assen (geboren 1747 en in 1811 te Ootmarsum overleden).

In het register dd. 1817 van patentschuldigen werd de weduwe P.L.van Assen genoemd als: “tappersche en logementhoudster met 2 kamers en 2 dienstboden”.

Uit het huwelijk van Pelgrim van Assen en Gerhardina Vogelaar was in 1797 een dochter geboren: Gezina Van Assen.

Willem Berends herbergier

Op 20 januari 1817 trouwt Gezina van Assen met Willem Berends. Willem was een zoon van Anton Berends en Anna Theodora van Ingels, dochter van de procureurfiscaal E.B. van Ingels uit Ootmarsum. Voor zijn huwelijk trad Willem in Ootmarsum op als procurator (bewindvoerder).

Het echtpaar Berends nam kort na hun huwelijk de bediening in het logement over. Zijn schoonmoeder, de weduwe Gerhardina van Assen-Vogelaar, bleef bij hun inwonen. In 1841 overleed zij op 87 jarige leeftijd.

In een lijst van 1817 betreffende verdeling van de grondbelasting8 werd Willem Berends genoemd als tapper, logement- en stalhouder, met twee kamers en twee dienstboden.

Het jaar 1821 was voor de geschiedenis van het Huis Ootmarsum een belangrijk jaar. Onder leiding van notaris ten Pol vond op 10 oktober ten huize van de logementhouder Willem Berends in “De Keijserskroon” de publieke verkoping plaats van een negental percelen van het voormalige Huis Ootmarsum. Deze percelen waren enkele jaren eerder gekocht door F.A. Weber uit Nordhorn. Tevens werd een aantal afbraakgoederen geveild.

Weber en zijn opvolgers lieten het door hun gekochte jachtrecht onder meer uitoefenen door de herbergier Berends te Ootmarsum.

Eerst in 1829 werd duidelijk hoe de precieze ligging en grootte van het logement was. Op de eerste kadasterkaart9 van het centrum van Ootmarsum uit dit jaar kreeg het perceel bestaande uit huis en erf het nummer 858 en had het een oppervlakte van 3.60 are. Eigenaar was Willem Berends, logementhouder. In 1838 overleed Berends. Zijn vrouw zette de zaak met hulp van haar dochter Antonia Louise Berends voort.

Gerrit Jan van Koningsveld logementhouder

Op 22 juli 1843 trouwde Antonia met Gerrit Jan van Koningsveld. Hij kwam uit Deventer waar hij in 1816 geboren was.

Het logement kreeg nu als ‘uitbater’ van Koningsveld. Zijn schoonmoeder bleef echter eigenaar. Na de dood van deze vrouw in 1861, kreeg Antonia in 1862 het logement in eigendom.

In de Grotestraat lag naast het logement een kleine woning van de familie Evers. Een dochter van deze familie (Maria Catharina ) was getrouwd met de schoenmaker Jan Willem Beenen. Zij had het huisje groot 1.31 are in 1866 in eigendom.

Het logement “De Keijserskroon” draaide kennelijk goed, zodat van Koningsveld door onderhandse aankoop van het naastgelegen pand (kadastraalnr. 857) kon uitbreiden. Hij bouwde dit huis om tot koetshuis.

Een jaar later, in 1867 werd “de Keijserskroon” vertimmerd en heeft het gehele complex nu de omvang van 4.70 are. Waarschijnlijk werd ook de voorkant voorzien van een opgaande gevel, zoals dat bij veel huizen in Ootmarsum omstreeks die tijd gebeurd is.

Harm Boom gaf in zijn reisboek10 een indruk van het leven in Ootmarsum omstreeks deze tijd: “De conversatie is te Ootmarsum goed en de wintervisiten nogal druk.Behalve deze familie-uitspanningen, hebben de Heeren eene Sociëteit en een Leesgezelschap onder de eenvoudige zinspreuk:
Leeslust, dat ’s winters eens in de maand vergadert; heeft een der Leden – alle Protestanten – spreeklust, dan koomen de dames met “lös haor” – zoo als de stalknecht van den Logementhouder Koningsveld haar noemde – 41 in getal, ook mede, en verhoogen ’t genot van den feestavond ”.

Voor de sociëteit was een apart gedeelte van het logement ingeruimd.

Verkoop aan van Lijsen

In 1876 kwam het logement door verkoop in andere handen. Eigenaar werd de logementhouder Hendrik Jan van Lijsen uit Zutphen. Lijsen was gehuwd met Margaretha Geertruida Burger.

Het koopcontract opgemaakt door notaris ten Pol, werd op 24 november gepasseerd.

De koop bestond uit: “een woonhuis thans het logement De “Keiserskroon” met annex keuken en stalling en daarnaast gelegen woning, wagen of koetshuis en de tuintjes grenzende aan een en ander de Grootestraat, Dwarsstraat, het Plasje (nu Pläske) en eigendom van Lukas Wilms bekend bij kadaster sectie A. nr.1600 als huis en erf groot 3.60 are, 857 als huis en erf groot 1.31 are en tuin 1.10 are “.

Burgemeester G.W.Cramer

Inmiddels was in Ootmarsum op 24 februari 1880 Gerrit Willem Cramer (geboren 27 mei 1842) als nieuwe burgemeester benoemd. Hij volgde W.H. Dekkers op.

Tien jaar voor zijn benoeming trouwde Cramer in Denekamp (10 juni 1870) met Jacomina Lazonder (geboren 27 februari 1846).

Einde hotel

Cramer, op zoek naar een geschikte woning, kon in 1882 het logement van H.J. Lijsen kopen. Op 23 mei van dat jaar vond de verkoop onder leiding van notaris J.A.H. ten Pol plaats. De verkoopakte geeft een inzicht betreffende de goederen die door Lijsen aan Cramer verkocht werden.

De Keijserskroon burgemeesterswoning
Van 1882 tot 1913 woonde burgemeester G.W. Cramer in de voormalige Herberg De Keijserskroon.

“Een woonhuis, (huis en erf groot 3.60 are) thans logement “De Keizerskroon” met annex keuken en stalling en een daarnaast gelegen koetshuis (huis en erf groot 1.30 are) en tuintjes. De lampen zich bevindende in de sociëteitskamer, het hoekbuffet in de huiskamer en de kastjes in de keuken zijn onder meer in deze koop niet inbegrepen”.

In 1913 vertrok Cramer als burgemeester. Hij overleed op 18 december 1920 op 78- jarige leeftijd en werd in Ootmarsum begraven.

Ook Cramer heeft veel aan en in het huis verbouwd. Helaas was niet na te gaan hoe deze verbouw precies heeft plaats gevonden. De gelagkamer zal zeker verkleind zijn, terwijl ook aan de achterzijde veranderingen plaats vonden.

Zijn naam leeft in de stad voort op het straatnaambordje “Burgemeester Cramerstraat“. Na zijn overlijden in 1920, bleef zijn weduwe tot aan haar dood in 1927 (11maart) het huis bewonen.

In 1928 besloten de nabestaanden van de familie Cramer over te gaan tot veilen van de eigendommen van zijn weduwe. Onder leiding van notaris Johannes Gideonse uit Almelo werd de veiling in het hotel van Kip te Ootmarsum gehouden.

Burgemeester Cramer moet, gezien de veelheid aan onroerend goed, zowel in Ootmarsum als daarbuiten, een vermogend man zijn geweest: zijn bezit aan de Grotestraat A 56 bestond uit het herenhuis. Het naastgelegen koetshuis was in 1924 gesloopt. Op de bouwplaats werd een tuin aangelegd. Het gehele complex had een oppervlakte van 4.37 are.

Bernard Jansen, nieuwe eigenaar

Het herenhuis kwam na de veiling in bezit van Bernard Jansen. Jansen was smid van beroep en woonde aan de Walstraat A61.

Aan de verkoop van het herenhuis (woonhuis van de burgemeester) was een bijzondere voorwaarde verbonden. Deze voorwaarde ging over het gebruik van de waterput op het naastgelegen terrein. Bij het ontbreken van waterleiding hadden veel mensen in de stad een eigen put in hun tuin.

Van 1882 tot 1913 woonde burgemeester G.W. Cramer in de voormalige Herberg De Keijserskroon.

De meeste huizen in de stad waren niet aan elkaar gebouwd maar waren door een smalle steeg of grub van elkaar gescheiden, zoals overal nog goed te zien is.

De voorwaarden in het koopcontract hielden in dat de eigenaren van het woonhuis A 56 en het daarnaast gelegen perceel het steegje tussen die twee percelen gemeenschappelijk mochten gebruiken. Bovendien kreeg Bernard Jansen, koper van het herenhuis (hoekpand Grotestraat/Ganzenmarkt) het recht om water te halen uit de put die in de tuin van het naastgelegen perceel lag. Al eerder was het heen – en weerlopen met emmers water overbodig geworden, door het leggen van slangen uit de put naar de keuken van het huis van de burgemeester. Via een pomp in de keuken kon men dan water krijgen.

Jansen hield dit recht dat ook in de akte werd vastgelegd.

Bernard Jansen was op 1 november 1891 in Ootmarsum geboren en getrouwd met Antonia Christina Steggink. Hij overleed in 1981.

Smederij

Om zijn nieuwe woning na zijn verhuizing uit de Walstraat geschikt te maken voor smederij moest er wel een en ander verbouwd worden.

De eerdere bewoner, Cramer, had de voorgevel een bepaald aanzien gegeven door een grote zware eikenhouten deur in het midden aan te brengen met daarnaast aan elke kant twee ramen. Aan de achterzijde (Ganzenmarkt) was een veranda aan het huis gebouwd met uitzicht op een tuin.

De gevel werd opnieuw gepleisterd.

Aan zijde van de Ganzenmarkt werd nu de smederij gevestigd. Zijn werkplaats nam de gehele achter binnenzijde van het huis in beslag. Nieuwe deuren die toegang gaven tot de werkplaats werden aangebracht zodat er ook binnen paarden beslagen konden worden. Het smidsvuur lag aan de rechter binnenzijde van het huis. Afzuigkappen bestonden er in die tijd nog niet, zodat in het gehele huis rooklucht hing, vooral als er paarden beslag moesten worden!

Smid Bernard Jansen
Smid Bernard Jansen

Bernard Jansen was zeer bedreven in het optrekken van ijzeren hoepels rondom wagenwielen. Daarnaast had hij zijn werk als gewoon smid: ijzeren gereedschappen voor het boerenbedrijf en kachels.

Op de hoek van Grotestraat en Ganzenmarkt werd er een winkel bij in gebouwd waar allerlei huishoudelijke artikelen verkocht werden. Zowel aan de zijde van de Grotestraat als aan de zijde van de Ganzenmarkt werd een etalage aangebracht. Een kleinere etalage lag geheel links aan de voorkant. De winkeldeur was pal op de hoek. Twee steunberen rondden het winkelgedeelte af.

In het schuine dak aan de zijkant van het huis was op de zolder een dakkapel met wiel en katrol. Met een dik touw om het wiel werden pakketten turf opgehesen. De turf was voor de kachel.

Achter de winkel lag de grote kamer met middenin een ringkachel waarop in de winter de voeten konden worden gewarmd. Door de kamer liep een grote pijp die uitmondde in de enige schoorsteen. De vloer was van brokken Bentheimerzandsteen.

In de keuken stond het fornuis onder “de boozem”, een soort rookvang.

De zolder had aan de voorzijde twee grote kamers en middenin een kleinere kamer. De rest van de zolder was opbergruimte hoewel er ook wel eens geslapen werd. ’s Winters, als het sneeuwde lag de sneeuw op de zolder door het ontbreken van dokken onder de pannen.

Kinderen Jansen
1931: Gait, Jo, Sien en Mieke Jansen voor de winkel op de hoek Grotestraat / Ganzenmarkt.

De zoon van Bernard Jansen, Gerhardus Johannes Joseph (Gait) Jansen, (geboren 28 februari 1928 en overleden op 14 februari 1969) was gehuwd met Wilhelmina (Wil) Reinders. Gait assisteerde zijn vader in de smederij en later deden zij samen het bedrijf. Na zijn overlijden huwde zijn vrouw Wil voor de 2e keer met Gerardus Hermanus (Geert) Bekhuis.

Familie Bekhuis

Het huis wordt thans door de familie Bekhuis bewoond. Gelegen op de hoek van Ganzenmarkt en Grotestraat, is het na een ingrijpende verbouwing en restauratie in de jaren zeventig, een opvallend markant pand geworden.

De vroegere smederij is keuken met daarnaast een geriefelijke woonkamer. De grote kelder onder de smederij, bereikbaar via een trap van Bentheimerzandsteen is dicht gegooid. Ook de dakkapel moest het veld ruimen. De deur aan de zijkant van het huis aan de grub is verdwenen en ook de daar liggende opkamer. De grote voorgevel heeft nu twee winkels met etalages en een ingang in het midden. De gevel is ontdaan van het pleisterwerk. Aan de welving van het dak aan de voorzijde is nog een deel van het oude schuin toelopende dak te zien. Zoals reeds eerder gezegd had de zolderverdieping een drietal. kamers. Op de grote zolder zijn de zware balken van het gebintwerk nog te zien. Zij zijn van eikenhout en waarschijnlijk begin 1600 gehakt. Bij de vertimmering kwam men balken tegen die deels door brand aangetast waren. Dit zou een gevolg van de brand in 1791 geweest kunnen zijn. Zowel aan de voorzijde als aan de zijkant zijn de ankers te zien van het gebintwerk. De muur aan de zijde van de grub laat nog de oude posten zien waartussen vroeger het vakwerk opgevuld met leem heeft gezeten. In de 17e en 18e eeuw werd algemeen in verband met brandgevaar de opvulling van de vakken tussen de posten door bakstenen metselwerk vervangen. Waar vroeger de opslagplaats van de smederij was ligt nu een pittoreske aanbouw. Hoewel de naam “De Keizerskroon” in de 19e eeuw verdween kan onze conclusie luiden, dat het huidige pand zeker een “kroonjuweel“ is in de Grotestraat.

Bronnen
  • Met veel dank aan de familie Bekhuis en Mevrouw M.C.H. Damhuis voor de verkregen mondelinge informatie.
  • Archief Vereniging Heemkunde Ootmarsum.
  • Bevolkingsregisters voormalige gemeente Ootmarsum, Dinkelland.
  • Kadaster te Zwolle.
  • Oud-Archief der Gemeente Ootmarsum, Dinkelland.
  • Van Deinse-Instituut, Enschede.
Cartografie
  • Kadasterkaart.
  • Joan G. Dröghoorn

1 Richterambt Ootmarsum, 29.06.1771, folio pag. nr. 392.
2 Richterambt Ootmarsum,
3 Dagboek, zie Arch. O. Tw., Som/D16.
4 Origineel aanwezig in archief O.H.K.Twente van Deinse-Instituut Enschede
5 Zie Oud archief Gem. Ootmarsum, nr. 223-226.
6 Zie Oud archief, Gem. Ootmarsum, nr. 631.
7 Reg. van overschrijvingen,kantoor Almelo, deel V, nr. 9, dd. 4-1-1819.
8 Zie Oud archief Gem. Ootmarsum,nr. 602.
9 Aanwezig in archief Kadaster Zwolle.
10 Boom, H. ”Mijn reisportefeuille, Omzwervingen door Overijssel in het najaar 1846., Zwolle 1847.

Gepubliceerd in Jaarboek 2003 door Henk Eweg. Ook beschikbaar als pdf.

De Keijserskroon, Kroniek van een Herberg