Erfgoed in de Marktstraat

Erfgoed in de Marktstraat
Rikmanspoel Galanterieën, Huishoudelijke artikelen, IJzerwaren, 1970. Foto RACM (Zeist)

Erfgoed in de Marktstraat

Een halsgevel
The Wine Gallery
“The Wine Gallery”, 2006

Het is zeker niet overdreven de Marktstraat en het verlengde hiervan als de belangrijkste straat in Ootmarsum te beschouwen. Oude behuizingen, te denken valt o.a. aan het Cremershuis, het vakwerkhuis – nu Tijhuis, voorheen Beld -, en het huis nr. 8 met zijn bijzondere halsgevel, zijn in gebruik als winkel of galerie en geven nu de straat nog een specifiek karakter.

In vroeger tijden (± 1400) kwamen reizigers uit het Oosten of Noorden door de Steenenpoort de stad binnen. Dichtbij deze poort lag destijds het oude stadhuis en het gasthuis met kapel. Dit alles is nu verdwenen behalve de Marktstraat, vroeger Steenstraat genoemd.

De Gasthuisstraat herinnert nog aan het hier gelegen gasthuis met eigen kapel.

Brand in Ootmarsum

Een stap terug in de tijd brengt ons naar het jaar 1606. Het is 24 maart omstreeks tien uur in de ochtend, als er in Ootmarsum brand uitbreekt en binnen twee uur het stadhuis, de kapel van het Gasthuis en meerdere woningen een prooi van de vlammen worden1. Hierbij, zo mogen wij aannemen, zijn verschillende huizen aan de Marktstraat ook afgebrand.

Na deze brand zal al gauw daarna, met de bouw van nieuwe woningen begonnen zijn.

Bouwhistorie van het huis Marktstraat 8

Dat gold ook voor het pand waar nu “The Wine Gallery” gevestigd is: Marktstraat nr. 8. Voor de brand in 1606 zal hier een vakwerkhuis gestaan hebben met lemen muren en een dak bedekt met stro, zoals overal in de stad.

De geschiedenis van dit pand laten wij beginnen in 1608, het bouwjaar, twee jaar na de brand. Zoals toen gewoon was, werd eerst het gebintwerk of het geraamte bestaande uit eiken houten balken gemaakt. Het dak steunde op dikke posten of staanders van zwaar eikenhout waartussen zijbalken werden bevestigd.

Zijgevel met gebintwerk van pand Rikmanspoel
Zijgevel met gebintwerk van pand Rikmanspoel. Foto RACM (Zeist)

De vakken hiertussen werden opgevuld met stenenmetselwerk in plaats van het vroegere brandgevaarlijke vlechtwerk. De posten rustten op poeren of een fundering  van bentheimerzandsteen Het dak was met pannen bedekt. Het huis lag met de voorkant aan de Marktstraat en met de achterzijde aan de Gasthuisstraat. Veelal stonden de huizen vrij van elkaar met een klein gangetje ertussen, wat nog vaak bij veel huizen te zien is. Deze gangetjes zijn typerend voor het oude Ootmarsum.

Hoewel wij nu aan de beide zijkanten zes staanders tellen, is aan te nemen dat bij de bouw aan elke zijde acht posten geplaatst werden, namelijk ook op de hoeken. Over de plattegrond van het huis destijds, is weinig te zeggen. Op basis van het huisplan van 1953 kunnen enkele speculaties gemaakt worden. Vanwege de ligging van een kelder onder de opkamer aan de zijde van de Gasthuisstraat, was zeer waarschijnlijk aan deze straat eertijds de woonzijde. De schoorsteen was midden op het dak geplaatst.

Zoals bij veel huizen in Ootmarsum het geval was, lag achter het woongedeelte een deel of in ieder geval een ruimte voor opslag of stalling. De toegang tot deze ruimte lag aan de Marktstraat.

Het is niet bekend hoe de gevel aan de Marktstraat er precies uitzag. Verondersteld kan worden dat het een loodrechte dakgevel was, zoals dit ook het geval was aan de zijde van de Gasthuisstraat.

De halsgevel

Zandstenen aanzetkrullenEen belangrijk jaar was 1747 waarin een ingrijpende verbouwing plaatsvond. De zijde aan de Marktstraat kreeg een ingezwenkte halsgevel met zandstenen aanzetkrullen en de datering 1747 in Romeinse cijfers aan de top. Deze uitgebouwde volledig versteende gevel gaf het huis het karakter van een patriciërswoning. De halsgevel werd versierd met drie gestileerde dierkopjes: twee onder de zandstenen aanzetkrullen en één onder de Romeinse cijfers aan de top. Het dak rustte niet meer op de posten maar op de muren. De hoekposten konden verwijderd worden zodat er zes aan elke zijkant overbleven.

De verbouwing had wellicht te maken met een nieuwe eigenaar en een andere bestemming van het pand. Bij de invoering van het kadaster in 1829 kreeg het pand het nummer 665 en was de oppervlakte 162 vierkante meter.

Thans is het kadasternummer 2292 en de oppervlakte 164 vierkante meter. Het verschil kan te maken hebben met de verandering van de gevel. In 1871 werd het huis opnieuw verbouwd, echter hierover is niets bekend. Een ingrijpende verbouwing had omstreeks de volgende eeuwwisseling plaats. Deze datum sluit aan bij de tekst bij de foto van het pand in het boekje van G. Klaas2, uitgegeven in 1972. Citaat: “Toen meer dan 50 jaar geleden in de voorgevel een winkelpui moest komen, was Cornelis Frowijn de enige, die dat aankon. Hij had dit werk in Amsterdam geleerd en als jonggezel had hij ook nog in Enschede gewerkt na de brand in 1862. Van monumentenzorg was toen nog geen sprake, maar Knelske (bijnaam) fikste het alleen“.

Eigenaar J.H. Rikmanspoel liet in 1943 door een uitvoerder uit Denekamp, de bergplaats binnen verbouwen tot kantoor. Dit kostte F. 285.-. Een plattegrond van het gebouw uit dat jaar toont het grondvlak met de wooningang aan de Gasthuisstraat, de deur in het midden en glas-in-loodramen
aan beide zijden ervan. Onder het raam aan de rechterkant van de deur is een kelderraam aangebracht, waarboven de opkamer die als slaapkamer in gebruik is. Links van de buitendeur is de woonkamer met raam aan de zijkant. De slaapkamer grensde aan de rechterzijde aan de keuken , terwijl men via een gang uit de woonkamer toegang had tot de keuken, toilet, kantoor (eerst bergruimte), winkel en een dwarse zijgang met trap naar de eerste verdieping, waar vier slaapkamers lagen.

In 1952 vond er weer een interne verbouwing van de woning plaats, waarbij o.a. de schoorsteen midden op het huis vervangen werd door een schoorsteen aan de zijkant. Dit gebeurde o.l.v. architect W.H. Morsink. Een en ander werd bekostigd door een premieregeling en een schenking van enkele particulieren.

In 1971 werden aan het huis herstelwerkzaamheden uitgevoerd in verband met lekkage en verzakking van muren. Het plan hiervoor werd gemaakt door de architecten D. Hulshof te Den Haag en H. Dethmers te Ootmarsum. Tegelijkertijd werd het gebouw opgemeten en getekend.

De verbouwing in 1984 o.l.v. architect P. Wilderink, bracht wijzigingen aan in de gevel aan de Gasthuisstraat. De deur werd naar rechts verplaatst terwijl ook de situatie binnen werd aangepast.

Een ingrijpende verandering van het pand vond plaats in 2001. In de rechterzijgevel van het huis werd een doorbraak gemaakt in het tweede gebintvak ten behoeve van een verbindingsgang naar het naastgelegen buurpand. Het gangetje tussen de twee panden, kenmerkend voor oude huizen in de stad, verdween hiermee.

In de gevel aan de Marktstraat werden met het oog op de nieuwe bestemming “een wijnproeverij”, enkele veranderingen aangebracht. Dit gebeurde ook aan de zijde van de Gasthuisstraat. De bovenverdieping werd tot enkele appartementen verbouwd, met de ingang aan de Gasthuisstraat.

De gestileerde dierkopjes boven aan de gevel zijn anno 2002 niet meer aanwezig. Eén ervan is in een nis van de muur aan de zijde van de Gasthuisstraat ingemetseld.

Hoewel het pand nu aangepast is aan het huidige “kunststadje“, is hierdoor het oorspronkelijke karakter voor een deel verloren gegaan.

De bewoners van het huis

Door gemis aan gegevens over de periode 1608 tot omstreeks begin van de 18e eeuw, is het (nog) niet bekend wie het huis toen bewoonde. Houvast gaf ons het nummer 665 in de oorspronkelijk aanwijzende tafel van het kadaster uit 1829/ 1831.

Familie van der Linde

Eigenaar van het pand in de Marktstraat was Hendrikus van der Linde. Hij was koopman van beroep. In het register van patentschuldigen uit het jaar 1808 werd hij vermeld als winkelier in kruidenierswaren: coffee, thee, chocolade, tabak en snuif. Daarnaast handelde hij in linnen, maar was bovendien alleen werkend blik- en koperslager.

Hendrikus was in 1762 geboren als zoon van Willem ( Wilhelmus ) van der Linde en Hermanna Kremer3. Hij was niet getrouwd en overleed 29 mei 1831 in Ootmarsum.

Zijn vader Willem van der Linde, afkomstig uit Weerselo, trouwde in 1752 bij de weduwe Hermanna Broekhuis-Kremer in. Door betaling van het halve burgergeld had Willem het burgerrecht verkregen. (Trouwen met een burgerdochter halveerde het te betalen bedrag aan burgergeld).

Zoals wij zagen was Hermanna Kremer, alias Cremers, eerder getrouwd, en wel met Gerrit Broekhuis (Brookhuis). Broekhuis had in 1749 het burgerrecht gekregen. Enkele jaren later overleed hij en bleef zijn vrouw met twee kleine kinderen achter.

De volkstelling van 1795 vermeldde dat zij woonde in het Marktvierendeel en winkeldoende was. Aangenomen mag worden, dat zoon Hendrikus bij haar inwoonde. In 1808 toen Hendrikus als eigenaar de winkel alleen dreef, was zijn moeder kennelijk al overleden.

Op grond van aanslagen van verschillende belastingen in de 18e eeuw en waarbij de zogenaamde viertels met hun bewoners zijn vermeld, bleek dat de familie Cremer reeds vele jaren in het Marktvierendeel woonde. Bij de vermelding van de naam met de toevoeging “bode” leiden wij af, dat het beroep bode o.a. door leden van de familie werd vervuld. Bode kan ook begrepen worden als stadsdienaar, een functie in dienst van de vroedschap. Daarnaast konden andere activiteiten uitgeoefend worden.

Romeins cijferopschrift

Terug naar het Romeinse cijferopschrift boven aan de gevel van het huis, veronderstellen wij, dat de gevel met de cijfers aangebracht is, toen dochter Hermanna van de familie Cremers alias Kramer, circa 1747 trouwde met Broekhuis. In het huis werd, zo nemen wij aan, “ nering “ bedreven dat, wil zeggen koopmansactiviteiten.

Tegenover het opvallende Cremershuis met trapgevel, wilden de bewoners van ons pand met een halsgevel kennelijk enige voornaamheid betonen. De bouwkosten zullen voor die tijd niet mals geweest zijn: de zandsteen moest uit Bentheim worden aangevoerd en hier ter plaatse bewerkt en versierd worden.

Na de dood van Hermanna van der Linde-Cremer, rondom de eeuwwisseling van 1700 naar 1800, was Hendrikus zoals wij zagen eigenaar van het huis geworden en had hij de zaak overgenomen. De winkel in het huis aan de kant Marktstraat, kan wellicht het beste vergeleken worden met de (museum) winkel in Huize Keizer in Denekamp.

Hendrikus van der Linde woonde niet alleen in het grote huis, maar had inwoning van Meester Peter Christaan Grasso, boekbinder van beroep. Later, in 1829, werd het huis mede bewoond door commies J. Bickart.

Zoals iedereen in die tijd moest Hendrikus paardengeld (belasting) betalen. Misschien had hij al een rijdende winkel….. de stalling lag wellicht in de Gasthuisstraat.

Familie ten Pol

Na het overlijden van Hendrikus in 1831, werd het huis betrokken door Georg Bernard ten Pol, advocaat en notaris. Hij was in 1786 geboren en afkomstig uit Enschede. Getrouwd met Christina Sormani overleed hij in 1860 te Ootmarsum.

Georg was de enige notaris in Ootmarsum, zodat hij met veel inwoners van Ootmarsum te maken had. Zijn naam komt veelvuldig voor in akten. De ruimte in het huis aan de kant van de Marktstraat was waarschijnlijk ingericht als notariskantoor. Na zijn overlijden komt het huis in 1863 in handen van de erven van G.U. Teusse, die het enige jaren verhuurden aan de weduwe van een jongere broer van Hendricus van der Linde.

Weer later, omstreeks 1871 komen wij als eigenaar tegen, Hendrikus Gerardus Rientjes, uit Oud-Ootmarsum, bleeker van beroep.

Koperslager Oonk

Hij bewoonde het huis niet zelf, maar verhuurde het waarschijnlijk aan Oonk. Deze Hendrikus Oonk had zich 26 maart 1860 in Ootmarsum gevestigd. Oonk was afkomstig uit Borne, waar hij in 1832 geboren werd. Eerst als huurder, maar vanaf 1887 als eigenaar, dreef hij een koperslagerij4 in het huis. Daarnaast was hij ook als koopman ingeschreven. Veel gebruiksvoorwerpen in de 19e eeuw waren van koper gemaakt en moesten ook dikwijls gerepareerd worden.

Marktstraat 1903
Foto van de Marktstraat in 1903 Links voor staat koperslager Oonk. De lange man midden op straat is H. Rikmanspoel
Familie Rikmanspoel
Johannes (Jan) Rikmanspoel
Johannes (Jan) Rikmanspoel 1858-1943

Als knecht kwam Johannes Rikmanspoel bij koperslager Oonk in dienst.

De familie Rikmanspoel, afkomstig uit Fleringen, had zich aan het eind van de 19e eeuw in Ootmarsum gevestigd. In 1891 trouwde Johannes (geb. 1858) met Maria Suzanna Luttikhuis, waarbij Oonk optrad als getuige. Dit echtpaar woonde aan de Denekamperstraat nr. 3.

Toen Hendrikus Oonk ophield met zijn bedrijf, kocht Johannes Rikmanspoel5 het pand in de Marktstraat. In 1911 (28 oktober) overleed Oonk in Ootmarsum.

Kleermakerij Herman Ostermann
Omstreeks 1905 vestigde Herman Ostermann een kleermakerij in het pand.

De winkel in de Marktstraat werd omstreeks 1905 verhuurd aan Herman Ostermann, afkomstig uit Bergh. Ostermann vestigde een kleermakerij in de winkel, annex zaak in manufacturen. Hij overleed in 1921.

Na het overlijden van Ostermann, veranderden omstreeks 1922 de nieuwe bewoners van het huis, de familie Rikmanspoel-Beld, de winkel aan de Marktstraat in een zaak van galanterieën, huishoudelijke artikelen en ijzerwaren.

De familie Rikmanspoel, bestaande uit Johannes (Jan) Hendrikus Rikmanspoel, zijn ouders, zijn vrouw
Johanna (Annie) Gezina Beld en hun kinderen, bewoonde toen het huis.

Johannes Hendrikus bouwde na de dood van zijn vader in 1943 de smederij verder uit tot een goed lopende zaak. Zijn vrouw Annie en hun dochters deden de winkel.

Na het huwelijk van hun zoon Jan in 1963 met Truus Koldemeule, namen zij de zaak over en verhuisde het echtpaar Rikmanspoel-Beld naar de Denekamperstraat.

De bewoning en de functie van het pand kenmerkte zich aan het eind van de 20e eeuw door veranderingen. Nadat de familie Rikmanspoel jarenlang een zaak in huishoudelijke artikelen en ijzerwaren had gedreven, besloot mevrouw Truus Rikmanspoel-Koldemeule enkele jaren na het plotselinge overlijden van haar man (1977), een dierenwinkel te beginnen: “Rikmanspoel, natuurlijk voor tuin en dier”. De oppervlakte van het winkelgedeelte werd aanzienlijk vergroot.

Vervolgens werd het pand enige jaren verhuurd aan Frans Kuipers die er een groente- en delicatessenwinkel in had. Rond 1997 werd het pand door Jan Rikmanspoel jr. verkocht aan Ton Schulten.

De huidige eigenaar Hans Hulsbergen richtte het pand in als Wine Gallery met doorlopende wijnproeverij van wijnen uit zijn eigen wijngaarden6.

The Wine Gallery
Interieur van “The Wine Gallery”, 2006

Omstreeks de eeuwwisseling (1999-2000), raakte het pand na bijna 400 jaren zijn zelfstandigheid kwijt. Het werd gekoppeld aan het huis ter rechterzijde, waarin Galerie Chez Moi Ton Schulten gevestigd is.

Met de behouden halsgevel kan het pand met recht als een sieraad van de Marktstraat betiteld worden.

Bronnen

Foto-archief Rijksdienst voor de Monumentenzorg Zeist.
Gemeente Dinkelland, Archief Bouwzaken: Bouwtekeningen.
Gemeente Dinkelland, Oud Archief Ootmarsum: Belastingregisters,
Bevolkingsregister, Burgerlijke Stand, Belastingregisters Hoofdelijke aanslag Patentschuldigen. Registers Kadastrale Boekhouding, sectie A Ootmarsum.
Trouwregister ± 1700-1795, Volkstelling 1795, Foto- en Filmarchief
Vereniging Heemkunde Ootmarsum en Omstreken.

Literatuur

Bericht über die Tagung in Bentheim – Zwolle 1972. Arbeitskreis für Hausforschung e.v. Münster i.W.Warendorferstrasse 25. Zie hierin artikel G.Berends.
Eweg, H., Ingeschreven als burger, Uitgave Stichting Heemkunde Ootmarsum en Omstreken, Ootmarsum 2000.
Klaas, Gustaaf, Ootmarsum vroeger en nu, Twents-Gelderse Uitgeverij W.G.Witkam, Enschede 1972.
Kolks, Zeno, Stenen voorgevels uit de 18e eeuw van huizen in Twente, Twentse Almanak, 123e jaargang 2002, Uitgave van Deinse-instituut, Enschede.
Plasger, Gerhard, Das Einnahmeverzeichnis der Kirche -Beatae Marie Virginis – zu Uelsen, Band 149 – Das Bentheimerland, Verlag Heimatverein der Grafschaft Bentheim e.v., Bad Bentheim 2000.
Warffemius, Ab, Ootmarsum binnen de wallen , 40 jaar bouwhistorisch onderzoek, Rijksdienst voor de Monumentenzorg Zeist.
Werkgroep Geschiedenis I, Jaartallenboekje Ootmarsum, Stichting Heemkunde Ootmarsum, Ootmarsum 1981.


1 Bron: pag. 90 van “Das Einnahmeverzeichnis der Kirche Beatae Marie Virginis zu Uelsen.
Bad Bentheim 2000, Verlag Heimatverein Bentheim.
2 Gustaaf Klaas, “Ootmarsum, vroeger en nu ”, blz.. 43, 1972
3 De naam Kremer wordt in de archieven ook geschreven als: Cremers, Cremer en Kramer
4 Een koperslager verwerkt koperen platen door middel van buigen, knippen, hameren en solderen tot allerlei voorwerpen, zoals ketels, emmers en ander keukengerei. Hierbij werden ook wel mallen gebruikt. Daarnaast kon hij ook koperen dakbedekkingen aanbrengen. Het beroep is min of meer uitgestorven.
5 Johannes werkte later als smid. De smederij van Johannes Rikmanspoel lag buiten de stad aan de Oostwal. Smederijen mochten in verband met brandgevaar niet binnen de wallen gevestigd zijn.
6 “Villa Trasqua, Toscana, Italië”, “Fermoy Estate, Margaret River, West-Australie” en “Nuesch Weine, Balgach, Zwitserland”

Henk Eweg schreef dit artikel in het Jaarboek 2006. Dit artikel is ook als pdf beschikbaar.

Erfgoed in de Marktstraat