Het Burgemeestershuis in de loop der jaren

Veel Ootmarsummers zal bovenvermelde titel vreemd in de oren klinken. Vanwaar deze naam Burgemeestershuis voor een door de lange voorgevel opvallend huis op de hoek van de Grotestraat en Oldenzaalsestraat?

Voor het eerst kwam ik de naam burgemeesterhuis tegen in het boek “OOTMARSUM BINNEN DE WALLEN“1. Naderhand nog enkele keren in oude verslagen.

De veronderstelling dat dit huis eens door een burgemeester bewoond was, lag toen natuurlijk voor de hand. Inderdaad bleek dat burgemeester Jan Franciscus van Heereveld van 1913 tot aan zijn vertrek in 1919 hier zijn verblijf had. Verder onderzoek leerde, dat hij niet de enige burgemeester is die het huis bewoond heeft. Later wordt hierop teruggekomen.

Bouwgeschiedenis

Hiervoor gaan wij terug naar de eerste jaren van de 17e eeuw. Het is een woelige periode in de geschiedenis van Ootmarsum, want na de verovering van Ootmarsum door Prins Maurits in 1597, had hij bevolen dat de stad haar vestingwerken moest slopen. Pas na een tweede bevel van Maurits gaf de vroedschap hieraan morrend gehoor. Met het dichtgooien van de buitengracht werd een begin gemaakt door de wal af te graven en deze grond voor het dempen te gebruiken. De buitenste poort van de Poolsteghepoort of Zuiderpoort werd afgebroken. Op de gedempte gracht werden tuinen aangelegd en enkele woningen gebouwd.

Hier begint de feitelijke historie van het Burgemeestershuis, dat zoals wij mogen aannemen, in het begin van de 17e eeuw gebouwd werd. Niet gebouwd door een architect maar gewoon door een timmerman annex metselaar uit de stad. Op grond van onderzoekingen door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zou dit een vakwerkhuis geweest zijn2.

Kadasterkaart Burgemeestershuis
Kadasterkaart uit 1829

De eerste plattegrond van het huis waarover wij kunnen beschikken, is de kadasterkaart van 1829. Eigenlijk zien wij dan twee huizen: een kleiner, smaller pand en een huis met een lange voorgevel (± 12 m), tegen elkaar aangebouwd met elk een eigen kadasternummer namelijk nr. 893 en nr. 894.

Waarschijnlijk is nr. 893 het pand waarover in hypotheekstukken van het landgericht d.d. 28-08-1806 gesproken wordt: “huisje buiten de Poolsteghepoort naast het huis van oud-burgemeester J. Staverman“.

Dit zal een klein huisje geweest zijn, zoals ook de kadasterkaart laat zien met een voorgevel van ± 5 à 6 meter. De ligging is aan de straatzijde, vergeleken met de rooilijn van het naastliggende pand meer naar achteren.

De vraag of het kleine huisje direct naast de gedempte buitengracht of wal heeft gestaan is moeilijk te beantwoorden, in ieder geval wel vlak erbij. Is dit het geval dan kan het eerder gebouwd zijn dan het naastliggende pand (nr.894) dat er tegen aan ligt. Vanuit de aangrenzende tuin gaf een bruggetje over de nog bestaande binnengracht toegang tot de stad.

De eerste beschikbare kadastergegevens van beide huizen vermelden voor huis nr. 893 110 m² en voor het pand nr. 894 aan de rechterzijde 380 m². Dit laatste is het eigenlijke of oorspronkelijke burgemeestershuis.

Volgens Warffemius zou het huis rondom 1850 geheel versteend zijn, d.w.z. verwijdering van her vakwerk en dit vervangen door bakstenen, en naar achteren verbreed. Bij deze verbouwing werden tevens een opkamer met bedsteden en een keuken aangelegd.

Omstreeks 1881 is het kleine huisje nr. 893 na verkocht te zijn, waarschijnlijk afgebroken en door een verbouwing bij het belendende pand 894 aangetrokken.

Wellicht is toen de buitendeur aan de linkervoorzijde aangebracht en werden er op het dak drie rookkanalen gemaakt. Als gevolg van deze verbouwing kwam de totale lengte van het pand op ruim 20 meter. Het pand kon nu door meer personen bewoond worden. Een put aan de achterzijde van het huis voorzag in de waterbehoefte.

Het exterieur van het huis kreeg door de bewerkte brede voordeur rechts aan de voorkant, met daarboven een versierde dakkapel, een voornaam uiterlijk. Het weerspiegelde de maatschappelijke positie van de bewoner.

Burgemeestershuis
Aanzien van het pand in 1923. Foto: RACM Zeist

In latere jaren is het pand veelvuldig verbouwd, o.a. werd de dakkapel boven de deur verwijderd en vervangen door 6 zolderraampjes, en werden drie schoorstenen teruggebracht tot twee. Een werkplaats, eerst in het perceel ingericht, werd naar een gebouwtje buiten verplaatst.

Ingrijpend was de verbouwing in 1937 van de rechterzijgevel onder leiding van architect J.G. Sanderink, waarbij een kamer in een winkel veranderde met een zijdelings geplaatste ingangsdeur. Daarboven werd een dakkapel geplaatst.

Wellicht als gevolg van een wel (buitengracht) ondervond men bij de verbouwingen vaak last van water.

Burgemeestershuis voor restauratie
Het pand voor de grote restauratie. Foto: RACM Zeist

Algehele restauratie onder leiding van de architecten Hulshoff, Dethmers en aannemer F.B. Meijer vond plaats in 1972. Het huis bestaat nu uit een blok van drie woningen: Grotestraat 23, 25 en 27.

De dakkapel boven de rechter statige voordeur werd weer in oude stijl aangebracht en in plaats van 3 schoorstenen kwam er 1 schoorsteen in het midden van de nok van het dak. Bij de restauratie werd de Bentheimer zandstenen vloer in het midden gespaard. Hierna vonden nog een aantal kleine verbouwingen plaats.

Burgemeestershuis na restauratie
Het pand na de grote restauratie. Foto: RACM Zeist

In 1973 werd in huisnummer 27 een showroom gebouwd onder leiding van architect B. Veldboer.

Woning nr. 23 werd vergroot door de aanbouw van een keuken. Hierbij trad Everhard Jans op als bouwadviseur.

In 2004 had de laatste verbouw plaats met de plaatsing van 2 dakkapellen. Gelukkig is door al deze verbouwingen het karakteristieke van het huis niet aangetast en kan geconstateerd worden, dat het huis in zijn geheel representatief is voor Ootmarsum bij het binnenkomen van de stad.

Bewoners

Of het aantrekkelijk was om pal buiten de poort en gracht te wonen waar de grote “verlatenheid“ begon ? In ieder geval zal het minder veilig en minder gezellig geweest zijn. In verband met brandgevaar werden smederijen uit de stad geweerd. Het zou kunnen zijn dat dit ook voor een bakkerij gold.

Staverman
Dames staverman
Links: Francisca Staverman-Schulten Midden: Henriëtte Antonia Staverman Rechts: Annie Bloemen-Staverman

In ieder geval is de eerst tot nu toe bekende bewoner van het huis bakker annex burgemeester Jan Frederik Staverman geweest. De stadstelling uit 1795 berichtte, dat zijn gezin uit vijf personen bestond en zijn beroep bakker was. De familie Staverman was in de 17e eeuw als gevolg van geloofsvervolging vanuit Rheine (Dld.) uitgeweken naar Nederland. Verschillende nazaten van deze familie waren burgemeester in Ootmarsum met als laatste, bovenvermelde Jan Frederik. Hij overleed in 1814 in het huis, waar zijn weduwe Maria Hendrika Stockers bleef wonen. Zij was dochter van Hendrik Stockers, eveneens aan het eind van de 18e eeuw burgemeester van Ootmarsum, en Kunna Kip. Na de dood van haar man voorzag zij met een spinnerij in haar levensonderhoud tot zij in 1838 op een leeftijd van 94 jaar in het huis overleed (huisnr.13).

Inmiddels was Jan Frederik Staverman, van beroep fabrikant/ wever van calicots (katoen), daarbij ook gemeenteontvanger (!), kleinzoon van Maria, getrouwd met Antonia Droghorn, (dochter van Wennemar Hendrik Droghorn vrederechter in Ootmarsum) in het huis komen wonen

Deze Jan Frederik, wellicht kapitaalkrachtig door de ontwikkeling van de katoenindustrie, heeft het huis geheel laten verbouwen en het kreeg als bijnaam “het Stavermanshuis”.

Terug naar de kadasterkaart van 1829 waarop het naastgelegen aangebouwde kleine huisje te .zien is. Bewoner was Cantor Joachim Meijer, van beroep koopman en getrouwd met Therese Oppenheimer.

Na hem woonde zijn dochter Roosje Cantor met haar man Salomon Franck in het huisje, tot het in 1881 verkocht werd aan de familie Staverman. Waarschijnlijk is het huisje al eerder bij een verbouwing in het naast gelegen pand opgenomen.

Na het overlijden van Jan Frederik Staverman op 16 februari 1899 erfde Henritte Antonia Staverman het huis. Zij was een dochter uit het tweede huwelijk van Jan Frederik met J.C. Rambonnet.

Na ruim honderd jaar in het bezit te zijn geweest van de familie Staverman kwam het huis in andere handen !

Tenniglo
Everhard Tenniglo
Everhard Tenniglo en zijn vrouw Gerharda Nijmeijer

Henriëtte Antonia Staverman verkoopt het huis omstreeks 1908/ 1909 aan Hendrikus Tenniglo en zijn broer Gerhardus Bernardus Tenniglo. Nazaten van een zeer oud Ootmarsums geslacht (al in 1396 genoemd) waren zij afkomstig van de nabij gelegen boerderij/annex koffiehuis “de Koffiekan“ (Huisnummer BK 65).

Het huis bestaande uit drie woningen werd aan de linkerzijde verhuurd o.a. aan de familie Jan Reinders tot ca. 1917 en als kantoor aan de tegenover gelegen zuivelfabriek “Tubantia“ van de familie Oisterwijk.

In Ootmarsum resideerde tot 1912 burgemeester Cramer woonachtig in de Schiltstraat (Grotestraat). Zijn opvolger was Jan Franciscus van Heereveld, benoemd bij K.B. van 8 november 1913 als burgermeester van Ootmarsum. Hij bewoonde de rechterzijde van het huis tot aan zijn vertrek naar Kerkdriel in 1919.

In het boekje “OOTMARSUM vroeger en nu“3, beschrijft Gustaaf Klaas, hoe dokter Meyboom met zijn auto op 3 wielen komend van Almelo de bocht vergat te nemen en pardoes bij burgemeester van Heereveld de keuken inreed! Omstreeks de twintiger jaren van de vorige eeuw werd het huis bewoond door Everhard Tenniglo en zijn zuster Johanna Maria, zij waren broer en zus van Hendrikus en Gerhardus.

Bij zijn huwelijk op 3-10-1922 met Gerharda Nijmeijer bleef Everhard – van beroep houtdraaier en daarnaast hartstochtelijk jager – het huis bewonen en ging Johanna na haar huwelijk met bakker Grimberg wonen aan de Grotestraat (nu nr. 24).

Delen van het huis werden verhuurd: de linker helft gezien vanuit de voorzijde, aan mevrouw Stroot. Na haar kwam Marietje Tenniglo met haar man Jan Oude Nijhuis in het linkerdeel, huisnummer 23 wonen. Daar wonen nu nog familieleden van Oude Nijhuis.

Everhard Tenniglo zelf woonde in het middelste deel. De rechterkant werd tot in de zestiger jaren bewoond door Sientje en Marie Ten Oever met een textielwinkel.

Na het overlijden van Everhard in 1970 bleven twee zoons van Everhard, Bernard en Johannes (Jan) in het huis wonen. De houtdraaierij annex meubelmakerij werd voortgezet, tevens werd begonnen met een handel in antiek. Na vertrek van Ten Oever werd de winkel bij de zaak getrokken. Het overlijden van Jan en Bernard betekende het einde van de bewoning van een bijna 100 jarig bezit van de familie Tenniglo De winkel in huisnummer 27 werd eerst nog korte tijd verhuurd, maar in 2004 verkocht aan de glazenierfamilie Frans en Simone Houben.

Tegelijk was dit het afscheid van een periode waarin én de familie Staverman én de familie Tenniglo de historie maakten van het huis dat, zo mag gezegd worden, beeldbepalend is voor Ootmarsum.

Bronnen

Archief bouwzaken gemeente Dinkelland te Weerselo.
Oud-archief voormalige gemeente Ootmarsum te Denekamp.
Archief voormalige gemeente Ootmarsum te Denekamp.
Archief Landgericht Ootmarsum Vereniging Heemkunde & Omstreken.
Kadasterzaken, archief voormalige gemeente Ootmarsum te Denekamp.
Mondelinge en, of schriftelijke informatie van de heren A.J.G.A. Graas,
R.J. Grimberg, H.M. Staverman, F.E. Tenniglo†, E.B.M. Tenniglo, en A. Velthuis.
Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (RACM), Zeist.

Literatuur

Warffemius, Ab.: Ootmarsum binnen de wallen, 40 jaar bouwhistorisch onderzoek. Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 2005.
Klaas, Gustaaf.: Ootmarsum vroeger en nu. Enschede, Twents-Gelderse uitgeverij W.G. Witkam, 1972.


1 Warffemius, Ab: “Ootmarsum binnen de wallen“ , blz. 73, Rijksdienst voor de
Monumentenzorg, Zeist, 2005.
2 Warffemius, blz. 73: “Tijdens een opknapbeurt in 1971 is het pand opgemeten met als doel
het oorspronkelijke vakwerkhuis te kunnen reconstrueren. Helaas was dit niet geheel
mogelijk. De enige resten van het voormalige vakwerkhuis zijn stijlen van een circa 7 meter
brede linker zijgevel en twee stijlen van de achtergevel, de plek van een derde stijl en een
gedeelte van de oorspronkelijke gebintplaat voorzien van gaten voor de gebintplaatschoren“.
3 Klaas, Gustaaf: “Ootmarsum vroeger en nu“, blz. 55, Witkam, Enschede, 1972.

Henk Eweg plaatste dit artikel in het Jaarboek 2007. Dit artikel is ook te downloaden als pdf.

Het Burgemeestershuis in de loop der jaren