Voorlopige bevindingen archeologie m.b.t. de loop van de grachten tussen Keerweer en Marktstraat.
(Deel 4)    | deel 1 | deel 2 | deel 3 |    (samengesteld door Ronald Grimberg)

Terug... Werkgroep Archeologie, september 2005.


Aan de hand van de volgende punten zullen de bevindingen beschreven worden:

  • 1. algemeen
  • 2. rand van de (binnen)gracht
  • 3. grondprofiel
  • 4. (bijzondere) vondsten


    Ad 1. Algemeen
    De start van de werkzaamheden was op de kruising Oostwal-Keerweer-Radboudstraat. Op de kruising werd een nieuwe, grote put gegraven. Daarbij werd de rand van de binnengracht goed zichtbaar (zie pijlen op de foto hiernaast). Deze lag globaal ter hoogte van het putdeksel, op het midden van de kruising.
    In de Radboudstraat werd de riolering deels vernieuwd, hetgeen de gelegenheid bood om te kijken of de buitengracht hier net als op het Oldenzaalsvoetpad getraceerd kon worden.
    Voor de aansluiting van de riolering tussen Oostwal en Radboudstraat was het tevens noodzakelijk om nogmaals de oorspronkelijke ‘wal’ te doorgraven. Duidelijk was dat op de kruising, aan de kant van de Radboudstraat een natuurlijke groene oorspronkelijke leemlaag aanwezig was. Deze laag is het verlengde van de laag die al beschreven is in het traject ‘Oldenzaalsvoetpad-Keerweer’. Aan de bovenkant van de groene laag bevinden zich veel (kiezel)stenen. Deze groene laag loop in de richting van de Smithuisstraat met een lichte helling naar beneden. Nadat de uitgegraven sleuf in de Radboudstraat was bestudeerd, was onze conclusie dat er niet een herkenbare grachtbodem in het tracé te vinden was in de vorm van een verveende laag. Wel werden op 2 plaatsen sporen aangetroffen van verstoringen in het grondpatroon. Nadat deze plaatsen ingemeten waren in de kaart bleek dat tussen beide punten een lengte van circa 10 meter zat. Opmerkelijk, omdat de breedte van de buitengracht ter plaatse van het Oldenzaalsvoetpad ook deze breedte had. Bovendien lagen de gevonden sporen op plaatsen die vergelijkbaar zijn met de situatie op het Oldenzaalsvoetpad.

    Wij veronderstellen dan ook dat de plaatsen waar verstoringen te vinden waren de binnenkant respectievelijk buitenkant van de buitengracht vormden. De gracht zal dan niet erg diep geweest zijn, hetgeen wij op het Oldenzaalsvoetpad ook al hadden waargenomen.

    Op onderstaande foto’s is te zien hoe de verstoringen in de grond zichtbaar werden. De eerste foto laat zien hoe de bovenkant van de groene leemlaag (waarin de kiezelstenen zitten) plots wordt doorbroken (binnenkant v/d buitengracht). De tweede foto laat een schuine laag op de groene leemlaag zien (buitenkant buitengracht). Vervolgens is in een overzicht de situatie binnengracht, wal, buitengracht ingetekend.



    Vervolgens werd vanaf de kruising richting Marktstraat gewerkt.

    Ad 2 Rand van de binnengracht
    Over het gehele traject is op een aantal plaatsen zichtbaar geworden tot hoever de oorspronkelijke binnengracht gelopen heeft. Deze punten zijn vastgelegd en in een kaart ingetekend, waardoor de buitenkant van de binnengracht ook voor dit traject in beeld is gekomen.
    Opmerkelijk is dat ongeveer vanaf de ingang naar de tuin van het klooster is te zien dat de gracht hier aanzienlijk dieper heeft gelegen ten opzichte van de huidige straat, dan bijvoorbeeld aan de kant van de Grotestraat. Er is aan de bovenkant een aanzienlijke laag schoon wit zand opgebracht.

    De Koem
    Het gebied achter het klooster wordt volgens oude veldnamen ook aangeduid als ‘de koem’. Een naam die verwijst naar de aanwezigheid van leerlooiers. Zij hadden water nodig om de huiden te looien om er leer van te maken. In het tracé dat loopt vanaf het straatje ‘Kloosterhof’ tot aan de toren van het klooster, zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van looierijen. In dit tracé ligt de nieuw aangelegde riolering (evenals de verwijderde) boven de bodem van de oude gracht. Niet overal is de veenachtige bodemlaag van de gracht (circa 20 cm) hier afgegraven, waardoor deze nu dus soms nog (deels) onder de riolering aanwezig is.
    Ook was duidelijk te zien dat boven de hiervoor genoemde bodemlaag een tweede veenlaag te vinden was. Dat kan een aanwijzing zijn dat de gracht vanaf de buitenkant deels is dichtgegooid, waarna een minder diepe en minder brede gracht resteerde, waarin eveneens weer een veenachtige bodemlaag is ontstaan.
    Verder waren de restanten te zien van houten palen. Deze bevonden zich op ongeveer een meter van de kant van de gracht. Vermoedelijk zijn het de palen van de vlonders van de leerlooiers. De onderlinge afstand tussen de palen was verschillend, maar ze vormden wel een lange rij in de gracht. Op enkele plaatsen werd in de diepste grachtbodem rondom deze palen gezocht in de veenachtige laag. Dat leverde al snel veel hoorns op van koeien. Het waren de restanten van het leerlooien!


    Op de rechter foto is een aantal van deze hoorns te zien. De linkerfoto laat de vindplaats in de grond zien, tussen enkele paalresten. Locatie: klooster, ongeveer waar de tuinmuur begint aan de kant van het gebouw.


    In het gebied nabij de klooster-toren werden de grondlagen min-der goed herkenbaar. Bovendien was er veel puin in de grond aanwezig.

    De grond onder de kruising Oostwal-Cellenkampstraat was al grotendeels verstoord door de aanwezigheid van een put. Hier was weinig in de grond te zien. Bovendien ligt de riolering vanaf hier naar de Marktstraat weer een stuk hoger. Dit deel leverde dan ook weinig zichtbare aanknopings-punten op.
    Ter hoogte van de Radboudzalen waren enkele (brug)palen aanwe-zig en was de buitenkant van de gracht weer goed te herkennen.






    Foto boven: Ter hoogte van de huidige parkeerplaats, waar voorheen de NH-school en daarvoor de Openbare lagere school stond, was over een grote lengte een bakstenen fundering aanwezig. Het is nog niet duidelijk van welk schoolgebouw deze is geweest.

    Ad 3. Grondprofiel
    De uitgegraven sleuf liet aan de buitenkant (buitenkant gracht, ‘de wal’) niet een eenduidig beeld zien. Vanaf de kruising Keerweer tot ongeveer de ‘scherpe bocht’ achter het klooster was een groene leemlaag zichtbaar. Daarna was er sprake van een gemengde. Hiervan is geen gedetailleerde beschrijving gemaakt.

    Ad 4. Bijzondere vondsten
    Vooral in de nabijheid van de ingang van de binnentuin van het klooster waren enkele vondsten gedaan. Het waren met name scherven e.d.

    Scherven e.d.
    Ketel, kruik voor mineraalwater (19e eeuw), fornuis ketels, delen van porceleinen beeldjes (engeltje, mariabeeld).

    Houten palen
  • Ter hoogte van de poort naar de binnentuin van het klooster werden enkele zware houten palen aangetroffen. Afmeting 20x30 cm. De palen hadden een punt aan de onderkant. Vermoedelijk zijn het de restanten van een brug (deze staat afgebeeld op de kadasterkaart 1832). Rond deze palen zaten enkele ronde aangepunte palen. Mogelijk in verband met beschoeiing of vlonders.
  • Tussen Kloosterhof en Kloostertoren was over een flinke lengte het restant van palen te zien, ongeveer een meter uit de buitenkant van de gracht. Vermoedelijk was dit een lange vlonder ten behoeve van de leerlooierij.
  • Ter hoogte van de Radboudzalen werden enkele palen gevonden, die mogelijk verband houden met de aanwezigheid van een brug. Volgens aanwonenden werden onder de Radboudzalen ook diverse palen gevonden toen de Radboudzalen werden gebouwd.


    Tenslotte zijn ook voor dit tracé de waarnemingen van de buitenkant van de binnengracht op de hieronder afgebeelde kaart in beeld gebracht. De binnen- en buitengracht en de tussenliggende wal zijn verder ingekleurd op basis van enkele waarnemingen en vervolgens globaal ingeschat.