Twentse namen van planten en kruiden

Twentse namen van planten en kruidenWe zijn geïnteresseerd in Twentse namen van planten en kruiden. Op onze zoektocht kwamen we een leuk stukje tegen over een vroegere boerentuin.

Uit het boekje “Het Losse Hoes Groot Bavel”van W. H. Dingeldein, citeren we:

Buiten ‘t huis, voor de bovendeur, is een tuintje, een “kroedhöfken”. – “Kroed” is peterselie, maar ook enkele andere kruiden voor den boerenpot en de volksgeneeskunde behooren er te groeien: wat “kervel”(Roomse kervel of Myrrhis”), “smalloak” (bieslook), selderie, “selve”(salie), äls”(alsem) en andere.

Bloemen moeten er ook bloeien: in ‘t voorjaar de “naken jufferkens” (sneeuwklokjes), dan de “pann’keukkes” (primula’s), “poaschebloomen” (narcissen), piönneker” (pioenrozen). Des zomers de “doevenschöälkes” (duizendschonen), “Adam en Eva” (monnikskap), “filetten” (anjelieren), “hanenkämm” (Monarda), “luisbloomen” (Iris), “haveroet” (citroenkruid), een “poaschekeers” (toorts), wat “pichnell’kes” (Lychnis viscaria), “vingerheu” (vingerhoedskruid) en “lellies” (tijgerlelies).

Een “palmbos” (Buxus) mag niet ontbreken, al was het alleen maar om een Palmpaschen voor de kinderen te kunnen maken; geliefd is ook een “woagbos” (jeneverbesstruik), een “iebenbos” of taxus, een “lammersnot”of groote hazelaar, een sering een roos en een vlier. Gaarne plantte men op een der onderste pannen van het huisdak huislook, waaraan men donderwerende krachten toeschreef.

Twentse namen van planten en kruiden