Bouw van de synagoge

De joodse gemeenschap

Aan de Kloosterstraat is een gedenksteen die de voorbijganger herinnert aan de joden die ooit in Ootmarsum woonden. Dit is de buurt waar vroeger de synagoge stond. Oudere inwoners herinneren zich de “jodenhuisjes”. Wanneer de sabbat was aangebroken, werden kinderen uit de buurt te hulp geroepen om de petroleumstelletjes aan te steken, want dit was arbeid en dat was de gelovige jood niet toegestaan op de sabbat. De joden zijn inmiddels met hun huisjes en synagoge uit het straatbeeld verdwenen.

Op klompen naar de synagoge
Gevelsteen synagoge
De gevelsteen van de verdwenen synagoge lag jarenlang op het Israëlitisch kerkhof op de Kuiperberg (foto 1982).

De joodse gemeenschap van Ootmarsum is nooit omvangrijk geweest. Men heeft lange tijd niet kunnen voldoen aan de eis van tenminste tien mannen ouder dan 13 jaar om een synagoge te kunnen bouwen. In 1843 werd er niettemin toestemming verleend voor de vestiging van een synagoge aan de Kloosterstraat. Voor ƒ 2.400,‒ kwam er een behoorlijk gebouw tot stand. Schrijver Harm Boom, die in 1846 Ootmarsum bezocht, merkte er het volgende over op: “De synagoge ziet er vrij goed uit, maar staat in een bedroefenden modderhoek. Des winters bij los weer gaan dan ook de Israëlieten tot viering van den heiligen sabbath op klompen.” Deze synagoge werd in 1859 ten dele door brand verwoest en weer opgebouwd in 1860.

Gunstig vestigingsklimaat

Evenals elders werden ook in Ootmarsum de joden lange tijd gezien als een aparte groep mensen, voor wie afwijkende regels golden. Zo werden ze slechts bij hoge uitzondering toegelaten tot een gilde, vaak alleen als er geen sprake was van concurrentie. Als gevolg daarvan kwamen de joden vaak terecht in de handel. Typerend is hoe in 1694 de jood Jacob Hartog zonder problemen werd toegelaten tot het slagersambacht, maar dat het grote kramersgilde zijn lidmaatschap als koopman blokkeerde. Men stond hem toe zijn handel te drijven, mits hij zijn niet-joodse collega’s geen concurrentie zou aandoen. Toen hij daarop door betere prijzen te bieden voor graan de concurrentie uitschakelde en een soort monopolie verwierf, werd hier ijlings een stokje voor gestoken.

Toch was voor de joden het vestigingsklimaat in Ootmarsum in vergelijking met andere steden, waar ze soms in het geheel niet werden toegelaten, niet ongunstig. In de 18e eeuw drongen de ideeën van de Verlichting door in Nederland. Er ontwikkelden zich nieuwe opvattingen over rangen en standen, over vrijheid van denken en van godsdienst. Na de Bataafse omwenteling van 1795 werden de joden voor de wet gelijkwaardige burgers, ook al bleef er in de praktijk nog wel het een en ander te wensen over.

Vooraanstaande rol
Gevelsteen synagoge
De gevelsteen van de synagoge is sinds 2003 ingemetseld in een muur aan de Kloosterstraat, op de plek waar de synagoge vroeger stond (foto 2003).

De locaties waar de Ootmarsumse joden gevestigd waren, wijzen op een zekere welstand. Er woonden verhoudingsgewijs opvallend veel joden in de Grotestraat, de Schiltstraat en de Marktstraat. Enkele families hebben een markante plaats gehad in de Ootmarsumse samenleving. Zo bereikte Meyer Salomon, geboortig uit Bohemen, onder de naam Cantor een aanzienlijke status in Ootmarsum als bankier en als handelaar in garens. De vermogende Cantor verwierf het burgerrecht (1798) en ook, zodra dat voor een jood mogelijk was, de officiersrang in de “Grand Armée” van Napoleon, een eervolle functie die alleen voor burgers van aanzien was weggelegd.

De joodse familie van Alfred heeft vanaf 1813 tot in de tweede helft van de 20e eeuw grote invloed gehad in Ootmarsum. In “‘t febriek” van de familie Bendien aan de Denekamperstraat hebben talloze Ootmarsummers generaties lang de kost verdiend.

Afname
Jodenkerkhof
Het oude Jodenkerkhof op de Kuiperberg (foto 2009).

De mobiliteit onder de Ootmarsumse joden was groot. Veel joden waren elders geboren en net zoals ze kwamen, lieten ze Ootmarsum weer achter zich, waarschijnlijk om economische redenen. Het aantal joden in Ootmarsum nam in de 19e en 20e eeuw geleidelijk af. Tenslotte was de groep gelovige joden in 1920 te gering om nog langer een synagoge in stand te houden. Van toen af werden gebedshuizen in de omgeving bezocht.

De synagoge zelf werd in 1936 afgebroken. Alleen een gevelsteen met inscriptie is bewaard gebleven. Deze is als tastbare herinnering ingemetseld in de muur aan de Kloosterstraat waar vroeger de synagoge heeft gestaan. Ook de eeuwenoude begraafplaats op de Kuiperberg herinnert nog aan de joodse gemeenschap in Ootmarsum.

Bronnen
  • Boom, H., Mijn Reisportefeuille of Omzwervingen door Overijssel in het najaar van 1846 (3de druk; Zwolle 1954).
  • Kamp, H.J.M., e.a., Geschiedenis van de Gilden in Ootmarsum (Ootmarsum 2006).
  • Klaas, G.F., “Het verhaal van een steen”, in: Jaarboek Stichting Heemkunde Ootmarsum en omstreken (1984) 58-64.
  • Metselaar, C., “Gevelsteen Synagoge”, in: Jaarboek Stichting Heemkunde Ootmarsum en omstreken (1991) 39-41.
  • Morshuis, B., De geschiedenis van de joden in Ootmarsum (Ootmarsum 1996).
Bouw van de synagoge