Openluchtmuseum Ootmarsum

't Los Hoes
‘t Los Hoes. Het centrale punt van de gebouwen op het terrein van het Openluchtmuseum Ootmarsum (foto 1980).

Van heren en boeren

Los Hoes op den Bielenbelt
Los Hoes op den Bielenbelt bij Ootmarsum (foto 1928).

Het boerenleven heeft sinds de 19e eeuw een grote ontwikkeling doorgemaakt. Om dit zichtbaar te maken namen de Oudheidkamer Twente, de gemeente Ootmarsum en de VVV Ootmarsum in 1927 het initiatief een museumboerderij te stichten aan de Vasserweg. Hier werd een Los Hoes herbouwd een boerderij waarin mensen en vee gezamenlijk in één grote open ruimte leefden. De boer kon vanuit zijn bedstede de koeien in de gaten houden. In de winter zorgden de koeien zelfs voor enige warmte in huis. Mensen konden tegen betaling in het bewoonde huis rondkijken.

In 1963 werd, ter vervanging van het oude, aan de rand van Ootmarsum een vergelijkbaar ‒ onbewoond ‒ Los Hoes gebouwd. In de loop der jaren ontwikkelde deze museumboerderij zich tot een compleet openluchtmuseum met vele gebouwen en collecties. Het complex beslaat inmiddels een oppervlakte van 16.000 m², waarop 16 gebouwen staan, en trekt jaarlijks rond de 40.000 bezoekers. Sinds 1996 gaat het Los Hoes met het openluchtmuseum verder onder de naam Openluchtmuseum Ootmarsum

De bouw van een Los Hoes
Klompenmaker Herman Bekhuis
Klompenmaker Herman Bekhuis bij de wagenschuur aan het werk (foto 2010).

Het Los Hoes, het kernstuk van het museum, is gebouwd in de typisch Saksische stijl. Vroeger gebruikte men voor de bouw materialen die voorhanden waren. De fundering bestond uit grote veldkeien of Bentheimer zandsteen. Het geraamte werd opgebouwd uit eiken balken, die door een pengatconstructie verbonden werden. De gebinten konden eenvoudig uit elkaar gehaald worden.’Los’ betekent ‘niet vast’: de boerderij was verplaatsbaar. Tussen de balken werd een vlechtwerk van twijgen aangebracht dat stevig werd opgevuld met leem. Later metselde men bakstenen tussen de balken. Het dak rustte op de gebinten; de muren hebben geen dragende functie. Het bovenste deel van de gevels werd voorzien van eiken planken. Op de voorgevel prijkte steevast een gevelteken.

De groei van het museum
De Heinenboer
Boerderij “De Heinenboer” (foto 2001).

Diverse authentieke historische gebouwen zijn in de loop der jaren naar het openluchtmuseum verplaatst en ingericht zoals in vroegere tijden. Het gaat hierbij onder meer om een bakspieker, de Hofkamer (een burgerwoonhuis afkomstig van de Markt in Ootmarsum), de Eppinkschuur die lange jaren aan de Oostwal in de stad stond, een kapschuur, een wagenschuur met landbouwwerktuigen, de voormalige smederij van Silderhuis, een werktuigschuur, een schaapskooi, boerderijtje De Heinenboer en het “Klöpkeshoes”. Samen geven ze een beeld van de ontwikkeling van de landbouw.

Broodbakken
Broodbakken door Frans Grimberg en Jan Schulten in de bakspieker (foto 2009).

Verschillende ambachten worden in beeld gebracht: het spinnen, weven, houtbewerken, maken van klompen en gereedschap, smeden van ijzer en bakken van brood in de “bakspieker”. In het boerderijtje is te zien hoe een boerengezin leefde in het begin van de 20e eeuw. De mechanisatie van het boerenbedrijf in de 20e eeuw zorgde ervoor dat veel handwerk verdween en dienstmeiden en knechten geen werk meer vonden op de boerderij.

“Het land van Heeren en Boeren”
Smid Martin Koster
Smid Martin Koster in de smederij (foto 2009).

Het beheer van het museum werd door de gemeente in 1997 overgedragen aan een stichting. Onder de bezielende leiding van Toon Heupink begon een nieuwe fase in het bestaan van het Openluchtmuseum. In hetzelfde jaar werd de collectie Engels van Beverforde verkregen van de toenmalige Overijsselse Landbouwmaatschappij. In 2001 ging het project “Heeren en Boeren” van start.

Weefster Ria Luft
Weefster Ria Luft in het Los Hoes (foto 2009).

Naast het boerenleven schetst het museum nu ook een beeld van de bestuurlijke verhoudingen in Twente. De exposities “Engels van Beverforde” en “Heeren en Boeren” geven een indruk van de functie en het leven van de hofmeiersfamilie Van Beverforde. Er is ook een expositie met maquette over de Commanderie van Ootmarsum ingericht. In het Drostenhuis, dat sinds 2005 tot het museum behoort, woonde de laatste drost Hendrik Knijpinga Cramer. Na de restauratie is het ingericht als een 18e eeuws patriciërshuis.

Verschillende evenementen en educatieve programma´s zorgen ervoor dat het erfgoed in de belangstelling blijft staan van jong en oud.

Midwinterhoornblazers
Midwinterhoornblazers Frans Tenniglo, Herman Bekhuis en Eddy Tenniglo bij de put achter ‘t Los Hoes (foto 1985).
Knieperkes bakken
Bernard Kottink en Jo Vos-Haarhuis bakken knieperkes op het open vuur in ‘t Los Hoes (foto 1978).

 

Sagenverteller
Sagenverteller voor ‘t Los Hoes (foto 2010).
Oogstdag in het Openluchtmuseum
Oogstdag in het Openluchtmuseum (foto 1999).
Bronnen
  • Buter, A., Kralen aan de Rozenkrans (1969).
  • Hagens, H., Boerderijen in Twente (Utrecht 1992)
  • Rorink, R., “Terugblik op 80 jaar levendige streekgeschiedenis”, in: Jaarboek Twente (2008) 119-126.
  • VVV Ootmarsum, Geïllustreerde gids voor Ootmarsum (Ootmarsum1936).
  • Zeiler, W.F., Openluchtmuseum Ootmarsum na 2000 (Kampen1997).
Openluchtmuseum Ootmarsum