Gerhardus Leo Bernardus Broekhuis

Gerhardus Leo Bernardus (Gerard) Broekhuis (1938-2022)
Partner: T.L.

Gerhardus Leo Bernardus Broekhuis
Gerhardus Leo Bernardus Broekhuis

Gerhard Broekhuis: een meesterlijk verteller, schrijver en dichter met hart voor Ootmarsum. Oudere Ootmarsummers zullen zich hem nog zeker herinneren. Ook al woonde hij de laatste 46 jaar in Denekamp, Gerhard Broekhuis bleef met hart en ziel een Ootmarsummer. Tot het laatst toe was hij geïnteresseerd in wat er in zijn geboortestadje gebeurde. Vorige week woensdag overleed hij op 83-jarige leeftijd. Dinsdagavond was de afscheidsviering in de Nicolaaskerk in Denekamp.

Gerhard Broekhuis was letterlijk en figuurlijk een ‘meester’ in wat hij deed. Als schrijver, dichter en verteller maar ook beroepsmatig. Want Gerhard Broekhuis was onderwijzer aan de lagere school in Oldenzaal en in latere jaren leraar Nederlands aan de San Salvatormavo in Denekamp. Schrijven was het liefste wat hij deed. Het maakte hem niet zo heel veel uit waar het over ging, als hij geïnspireerd was dan kwamen de mooiste teksten op papier. Met verrassende woordspelingen en een flinke dosis humor. Hij schreef graag over het heden maar nog liever over het verleden. In de Nederlandse taal maar net zo makkelijk ook in het Twents dialect dat hij als geen ander beheerste.

Hard werken

Zijn hoofd zat vol herinneringen aan zijn tijd in Ootmarsum waar hij op 3 december 1938 werd geboren. De eerste zoon in het gezin van huisschilder Bernard Broekhuis en Lida Bank aan de Kapelstraat. Na Gerhard kwamen nog twee broers en vervolgens vier zussen. Het was in de jaren vóór, tijdens en na de oorlog hard werken voor iedereen en zeker ook voor schilder Broekhuis. Toch kreeg Gerhard de kans om na de lagere school in Ootmarsum en de mulo in Tubbergen te gaan studeren. Dat deed hij aan de kweekschool bij de broeders in het verre Oudenbosch in Brabant.

Talenten

Als hij met vakantie thuis kwam had hij veel te vertellen. En dat deed hij met veel plezier. Sterke verhalen; overdrijven kon hij ook maar hij boeide er iedereen mee. In Oudenbosch ontwikkelde hij zijn creatieve en ook artistieke talenten. Hij kon goed zingen en begeleidde daarbij zichzelf op de gitaar. Nooit les gehad, maar toch, hij speelde zoals hij was: vol passie. Hij zong over ‘Banana Boa’ en ‘Island in the Sun’ alsof hij er zelf was geweest. Maar ook had hij een natuurlijke aanleg om te tekenen en te schilderen. De nieuwjaarswensen voor familie en vrienden gingen steevast gepaard met een door hem gemaakte pentekening van een mooi stukje Ootmarsum. En als er een trouwfeest was in de familie dan zorgde Gerhard voor de teksten van de sketches, dat was vanzelfsprekend.

Avontuur

De jeugd in Ootmarsum, en zeker ook de oorlogsjaren, was voor Gerhard Broekhuis één groot avontuur. Dat blijkt uit zijn vele verhalen die hij erover schreef. Zijn eerste verhalen schreef hij over de familie Bank aan de Oostwal waar hij als oudste kleinkind vaak was; hij had er goede herinneringen aan. Ootmarsum in de jaren 40, 50 en 60 vormde een onuitputtelijke bron. Onder andere in de Jaarboeken van de Heemkunde schreef hij er met veel plezier, uiterst gedetailleerd en ook kritisch over als hij vond dat dit moest. En altijd geheel op zijn eigen wijze.

Verkenners

Gerhard Broekhuis bracht – en brengt – met zijn uiteenlopende verhalen de verleden tijd in Ootmarsum weer tot leven. Hij schreef over KOSC, over de bioscoop Odemarus en over de kerk en het Rijke Roomsche Leven met pastoor Scheepers. En niet te vergeten kapelaan Niessink. Als acoliet leerde Gerhard hem kennen en helemaal toen deze kapelaan het initiatief nam om een nieuw onderkomen te realiseren voor de padvinderij in Ootmarsum; de Judas Thaddeusgroep was in juli 1945 opgericht maar had geen fatsoenlijk onderkomen. Hoe de Blokhut vervolgens tot stand komt beschrijft hij onnavolgbaar. Met oog voor alles. Hij had er met zijn mede-verkenners als Jan Smellink, Jan van Benthem, Herman Veelders, Ben en Gerard Steinmeijer, Hennie Busscher, Gerard Borggreve, Fons Steinmeijer, Henk Geerdink en Ben Veldboer de tijd van zijn leven, dat kan niet anders. Helemaal ook op de zomerkampen waar hij bijna lyrisch over schreef.

Denekamp

Toen hij zijn akte had gehaald aan de kweekschool moest Gerhard Broekhuis in dienst. Die tijd gebruikte hij om zijn rijbewijs te halen. Toen hij was afgezwaaid kreeg hij een baan als onderwijzer aan de Drieëenheidsschool in Oldenzaal. Op zijn Heinkel-scooter tufte de jonge onderwijzer elke dag op en neer van Ootmarsum naar Oldenzaal. Inmiddels had hij ook een meisje leren kennen; Tini Lammerink uit Reutum. Hij trouwde met haar en ze kregen drie kinderen: Bart, Ellen en Thomas. De Drieëenheidsschool was voor de leergierige en ambitieuze Gerhard Broekhuis niet het eindpunt. In Utrecht haalde hij de akte Nederlands A en B en daarmee kreeg hij de zo gewenste aanstelling aan de San Salvatormavo in Denekamp. Midden jaren 70 verhuisde hij met zijn gezin naar het dorp waar hij werkte. Hij kreeg een woning aan de Oranjestraat vlakbij de school. Hij voelde zich er meteen thuis en zou er de rest van leven met veel plezier blijven wonen. Zijn huis aan de Oranjestraat was voor hem het ‘Island in the Sun’.

Dialect

In Denekamp werd Gerhard Broekhuis meteen na de oprichting in 1975 lid van de plaatselijke heemkunde. Hij was ook bestuurslid van het eerste uur. Omdat hij met school te druk werd stopte hij daarmee in 1981. Maar wel bleef hij verhalen leveren aan ’t Onderschoer, de periodiek van de heemkunde. Zijn eerste bijdrage was in 1979. Hij kon er zijn ei kwijt waar het ging om het dialect, archeologie, folklore en plaatselijke gebruiken. Gerhard maakt in die tijd ook deel, uit van de werkgroep Dialect en Folklore waarbij hij een groot voorstander was het gebruik van het dialect in onze streek.

’n Road Jungske

Hij schreef zelf ook heel graag in het Twents. De meeste verhalen voor de jaarboeken van de heemkunde in Ootmarsum waren in het dialect. Zoals in het jaarboek 2010 onder het kopje: ‘Klein road jungske’. Een anekdote over de in oktober vorig jaar overleden Paul Pikkemaat. Gerhard vertelt dat hij in september 1945, een paar maanden na de Tweede Wereldoorlog, melk moest halen bij de Poolboer in Klein-Agelo. Op weg daarnaar toe kwam hij langs het huis van de familie Pikkemaat op de hoek van de Alleeweg en het Oldenzaalsvoetpad. En toen stond daar ineens een kleine jongen die hij eerder had leren kennen op de jongensschool aan de Denekamperstraat: ‘met dat mooie roade hoar en met ’n greun petke op ’n kop’.

Sukerpot

Als Gerhard Broekhuis die kleine jongen vertelt dat hij naar de Poolboer moet om melk te halen zegt Paul: ‘Dan loop ik met oe met want ik ken Pool-Sina heel good. Doar kom ik heel vaak en dan krieg ik mangs ne beschuut met suker’. En dáár gingen de twee jongens van een jaar of zes, zeven; de Alleeweg naar beneden. Bij de Poolboer kwam Sina van de del, zee leup op kloomp. Toen Sina naar achteren ging om melk te halen kwam ‘Poutje’ voor Gerhard staan: ‘Ziene grote oag’n dreajd’n hen-en-wear. Samenzwering. Hee beduud’n mie met zien kromme vingerke dat ik dichterbie mos komm’n. In ne broene kast ston ’n sukerpot. Poutje deur zien wiesvingerke in ’n moond en drukk’n den in ’n sukerpot. En veur da’k ’t in de gaat’n har greep e miene haand; stak mien wiesvingerke in zienen moond en drukk’n den ok in ’n sukerpot. Toen kwam Sina binnen’n. Mer het har niks zeen. En wie kreeg’n ne lekkere beschuut met suker. En zoa jong as e was, hee gaf mie nen vett’n knipoog, zoas e dat tot op ’n dag van vandaag nóg altied döt as e wear ‘n mooi verhaal heft verteld’.

Bijnamen

Dit was Gerhard Broekhuis ten voeten uit; dit vond hij mooi en dit kon hij goed. Hier was hij helemaal in zijn element. Ongetwijfeld één van zijn mooiste bijdragen is getiteld ‘De naam zegt genoeg’. Ze gaat over ‘Huis- en bijnamen in Ootmarsum en Omstreken’. Hij beschrijft daarin onder meer de toevallige ontmoeting rond 1990 met Klingen Truiken in het oude verzorgingshuis Huize Franciscus. De echte naam van Klingen Truiken was Maria Wilmes-Rerink geboren in 1888 in Tilligte en aan de Kapelstraat in Ootmarsum de buren van de familie Broekhuis. Klingen Truiken woonde in Huize Franciscus op minder dan 100 meter van de plek aan de Kapelstraat waar ze vroeger woonde.

Klingen Truiken

Met het juiste gevoel voor haar en de situatie beschrijft Gerhard Broekhuis de ontmoeting. ‘Zij was van augustus 1888, vertelde ze me later. Op die dag de honderd jaar al royaal gepasseerd. Maar veranderd was ze nauwelijks. En nu liep ze opvallend kwiek maar wat doelloos rond in de gangen van het bejaardenhuis en door de vestibule, waar de jeugd met rollators rond schuifelde of in de fauteuils lag te soezen en te knikkebollen. Een mager, grijs vrouwtje in lange zwarte kleren en met een wat ondeugende blik, net als vijftig, zestig jaar geleden. wanneer ze elke morgen, zodra ze de bel had gehoord, naar de straat liep met haar steelpannetje. Want dan kwam Jantje Meinders voorbij met zijn melkwagen, zijn dochter en zijn mager paard.

Namen

‘Ik wilde haar aanspreken maar besefte opeens dat ik haar ware naam niet eens wist, en ook nooit had geweten. Zij bleek te zijn geboren te Tilligte als Maria Geertruida Rerink (Göttert), na haar huwelijk heette ze officieel mevrouw M.G. Wilmes, maar bij dag en tijd, en voor de rest van haar lange leven heette ze in heel Ootmarsum gewoon: Klingen Truiken, onze buurvrouw. Zij was niet de enige van wie ik de echte naam niet kende. Ik wist ook niet hoe ’t oale Blokhof veur ’n staand hettn, of Oale Schoeltenboer, Eppink Hennik, de Balboer en nog zovele anderen’.
‘Lang geleden, toen de tijd nog stilstond in Ootmarsum en het leven zich in kalme stilte voltrok, moet het kleine stadje met haar bewoners min of meer één grote familie zijn geweest, waarin allen elkaar kenden en alles van de ander wisten. Men keek zogezegd bij elkaar in de pan, zodat er in deze tamelijk besloten gemeenschap weinig geheim bleef. En ongetwijfeld zal dat vaak als een last zal zijn ervaren. “Sociale druk” heet dat nu: “Loat’ de leu ’t toch nich heuren. Doar krieg ie ja proat van in de stad. Wat möt menear pestoar / ’n dominee / ’n burgemeester / ‘n dokter der wa nich van deankn.’

Wasdag

Een van de laatste verhalen voor de Heemkunde Ootmarsum was zijn herinnering aan de wekelijkse wasdag op maandag. Gerhard schrijft over ‘een donkere maandagochtend in een winter in de jaren 40’. ,,Het is wasdag vandaag. Er wordt met emmers water gezeuld vanaf de enige kraan die ons huis rijk is. Alle deuren staan open, het tocht door het hele huis. Onze ouders zijn al bezig in het gammele schuurtje waar de houten wasmachine staat die met de hand moet worden bediend. Het is zwaar werk. Op de wasplank over een teil met heet water worden met borstel en groene zeep de verfresten uit de witte schilders-overalls geboend. In de hoek staat de fornuis-pot met een metalen kuip vol water waaronder vuur wordt gestookt. Als het gietijzeren deksel wordt gelicht is binnen enkele ogenblikken het benauwde schuurtje gevuld met dikke stoomwolken. Daarin bewegen zich schimmen bij het zwakke petroleumlampje aan de muur.’

Heimatland

‘Het is op zo’n vroege ochtend dat ik plotseling een heldere vrouwenstem hoor zingen: ‘Heimat, deine Sterne. Sie leuchten wie ein Diamant… In der Ferne träum’ ich vom Heimatland’. De melodie is me altijd bijgebleven. Zestig jaar later kom ik haar weer tegen, die jonge vrouw van toen. Ze is nu een oude vrouw geworden. Maar weer hoor ik haar lied van heimwee en haar heldere stem op die donkere, koude wintermorgen in dat hok vol stoom. ,,Ja”, zegt ze lachend, ze herinnert zich die vroege maandagochtenden van toen. ,,Wat een werk hè!”. Maar ze moet verder want de zangrepetitie van het koor van Huize Franciscus onder leiding van Chris Velthuis begint. Als ik een half uur later Huize Franciscus verlaat hoor ik het koor zingen. ‘Heimat, deine Sterne…’ Verdorie, dit kun je toch niet verzinnen.
Dat kon je ook niet. Gerhard Broekhuis kon het wel omschrijven zoals alleen hij het kon. Maar dromen erover hoeft niet meer, Gerhard is inmiddels in zijn eigen ‘Heimatland’.

Tekst: Ootmarsum Vroeger en Nu

Gerhardus Leo Bernardus Broekhuis