In 2016 organiseerde de jubilerende vereniging Heemkunde Ootmarsum een prijsvraag:

“Maak een gedicht op Ootmarsum en Omstreken”

Marian oude Elberink, stadsdichter OotmarsumMet het gedicht “Ode aan Ootmarsum in 2016” won Marian oude Elberink – van der Aa de eerste prijs en werd daarmee de eerste stadsdichter van Ootmarsum.

Deze prijs werd uitgereikt tijdens de viering van het 50-jarig jubileum van de vereniging, waar het gedicht ook werd voorgedragen door de nieuwe stadsdichter.

Daarna heeft Marian nog verscheidene gedichten als stadsdichter geproduceerd, alle geïnspireerd door Ootmarsum en de jaargetijden.

Freddy MensinkIn 2018 werd Marian als stadsdichter opgevolgd door Freddy Mensink.

Tijdens de jaarvergadering droeg de kersverse stadsdichter zijn eerste gedicht voor.

Marian oude Elberink – van der Aa

Ode aan Ootmarsum in 2016

Het winnende gedicht van Marian oude Elberink

 

Wintertijd

Gedicht: Wintertijd, Marian Oude Elberink

Wie kent niet het Springendal, het stille bos, de verende tred op het zachte mos,
het ritselend blad opdwarrelend om je heen,
of tegen een boomstronk in een hoop bijeen.

Sporen van konijn en ree, kruisen je pad en voeren je mee.
De stilte kan haast voelbaar zijn.
De grootsheid van de natuur maakt ons klein.

De spinnenwebben spannen de kroon, door rijp en mist tonen ze wonderschoon
de kracht én de zachtheid van de natuur,
met zon op het spinrag in het middaguur.

Opeens, hoog boven in vogelvlucht: ganzen in de lucht!
In v -vorm vliegend met veel gesnater
op weg, op zoek naar open water.

Zo glijden wij zacht de winter in, met dagen vol afwisseling
Met vurig avondrood en winterpret.
De schaatsen kunnen uit het vet!

Snijdende kou in neus en gezicht. Maar de winterzon geeft prachtig licht.
Sneeuw valt op straten en op daken:
Ootmarsum wordt tot een gedicht die je gevoelens raken.

Maar altijd in de vroege winterdagen
klinkt de midwinterhoorn ver en gedragen.
De klanken voeren je mee en vormen vele malen
een bron van inspiratie voor duizenden verhalen.

December 2016, Marian

Een stralend lente gedicht

Engels Tuin

Onbevangen genieten in Ootmarsum

Onbevangen genietend
ga ik straten door.
Stralende zon, vogels in koor.
Sloten met riet, vogelmelk hier en daar.
Bermen vol fluitekruid
luiden het voorjaar in én uit.

In de luwte van Engels’ Tuin een veldje, een weide
het kent zijn weerga niet.
Wilde planten zo dicht bij de stad, zó uniek.

Ratelaar en boterbloem
vormen een gele bloemenzee.
Maar trots en fier in het midden: de paarse wilde orchidee.

Zó dicht bij de huizen
Zó dicht bij de stad
een wonder van schoonheid, een natuurlijke schat.

Oogstrelend daar achter
een juweel, een fortuin
met paden en perken, stadspark Engels’ Tuin.

Verwonderd genietend
en ook blij verrast
dat de wilde plantenwei en het geharkte park zo wonderwel samen past.

Statige bomen omarmen het parkje,
bepalen de sfeer.
Omringend het theehuisje van weleer.

Weldadige rust, stilte die voelbaar is
een betoverende gloed
over alles wat je oog ontmoet.

Zo kijkt ook het Engels’ jufferke
tevreden rond
vanaf haar plekje bij de vijver, ooit eigen grond.

Stadsrumoer op afstand,
vogels dichtbij
de geur van de bloesems, de zomer nabij.

 

28 mei 2017, Marian

Pasen: Vlöggeln in Ootmarsum

Paasschilderij Marian

Als ik aan Ootmarsum denk, dan zie ik ze weer gaan.
De mannen met hoeden op en regenjassen aan,
de Poaskearls van Ootmarsum, acht in getal.
Twee oude gaan er jaarlijks af, twee nieuwe weer erbij.
Gekozen zijn om mee te doen, een voorrecht, zeggen zij.

Ze houden een traditie hoog, van vlöggeln door de stad.
Ze zingen daarbij hun Paasgezang,
twee liederen, als altijd, al eeuwenlang.

De stad loopt vol, de Markt één en al leven.
‘t Is Pasen: ze treffen elkaar weer, vrienden, familie, nichten, neven.
Verwachtingsvolle spanning in rijen mensen die er staan.

Hoor, daar komen ze aan,
flarden gezang worden opgevangen.
Het rumoer verstomt, door het moment bevangen.

Acht jonge mannen, zij aan zij, geven elkaar de hand.
In eenheid vormen zij een rij, gaan onverstoorbaar voort.
Het Alleluja zingend als triomfgezang, zoals bij de Paastraditie hoort.

De Poaskearls maken indruk door hun ernst en saamhorigheid.
Het gonst en velen vlöggeln mee, een lint van mensen volgt hun pad.
Jong en oud sluit zich aan, al slingerend door de stad.

Ze vlöggeln om de stiepels heen, de Poaskearls voorop.
Tot slot eindigend op de Markt, daar rolt het lint zich op.
De voorzanger zet de liederen in, het hele plein zingt mee.
De sfeer is groots, ingetogenheid volop:
samen zingend de paasliederen, op het eind de kinderen in top.

Dan haast ieder zich naar huis, de paaseieren staan klaar.
De Poaskearls wacht ’s avonds nog een taak:
het Paasvuur ontsteken, opnieuw weer bij elkaar!

Stadsdichter Marian, 22 maart 2018.


Freddy Mensink

Freddy MensinkNiks lik verplichter…dan de rol van stadsdichter

Niks lik eigenlijk verplichter
Dan de rol van stadsdichter

Tot an vedaag was mien leav’n één en al lol en vertier
Mèr vanôf non….. alleen nog mèr pen en papier

Gen tied mear vuur wat dan ôk,
Alleen met dicht’n nog drok, drok, drok

Zo’k noa vedaag nog wa röstig kunn’n sloap’n ?
En nig ’n heel’n nacht met ’n schriefblok duur ’t hoes hen loop’n ?

En hoe mot het toch straks met mien Ruut’ms dialect ?
Dat vuur mie aait vanzölf geet en zo lekker bekt

Zo van ’t werk, ’t verk’n, en ’n Kuperberg
Proat ik straks oawer wark, ’t vark’n en ’n Kuperbarg ?

En….kan’k straks ôk nig mear duur de vuurduur hèn ?
Umdat het deur de veurdeur mot wèn ?

Ok de nacht van de Nachtegaal geet dit joar vast nig duur,
Want as stadsdichter goa’k DOAR alleen mer vuur.

Zo zal het leav’n op de Vink ok onmeunig veranner,
Het grös meaj’n, nou dat dot straks mer mooi nen anner.

Misschien kost het mie zelfs oeteindelijk nog de dood,
Al schrievend en nig oplettend…mill’n op stroat

Echt leu, alles lik lichter,
Dan an de gang as stadsdichter.

Mèr…………….blijkbaar is het aal toch wa te doan,
Marian oude Elberink hef het met glans duurstoan.

Dus ik goa de oetdaging ôk mèr is an,
En dan möj mèr hôpp’n, dat ik d’r wat van kan.

Het is trouwens een hele eer, besef ik mie goad,
Dus vanôf vedaag goa’k literair met de billen bloot !

Freddy Mensink 26 maart 2018

Oatmöske komp in de lente

Lente in Ootmarsum

De eerste citroenvlinder is d’r a wier
Kiek oet in ‘t vekeer…met oene vlöggel van papier
Want vuur da’j’t in de gaten hebt
Bint ze straks misschien verlept.

Nich of kunnen wochen um noar boeten te goan
Het etten loa’j der zölfs vuur stoan
Dat eerste greun vrös oe nich op ‘n emmer
En völ schöap hebt a wier lämmer.

De winterröst trekt oet de beum, het leaven is der wier
Ie kunt ’t host nog nig geleuvn, de zangliester…. ok a hier !
Ie wilt der oet en möt ’t het zeen, ’t gef oe energie
De leavenskracht van ’t eerste greun, gauw…’t is zo weer vuurbie.

De terrassen loopt vol in de binnenstad,
Eerste motorrieders…. ze jaagt oe host plat,
Alles en iedereen komp vuur ’n droad
En de jeugd löp wier de benen bloot.

De kievieten baltst a vrolijk rond,
Ok bovven Oatmöskes oale grond
Mer vuur dat ze ’t eerste ei hebt legd,
Is de grond a z’wat wier verzegd !

’t Vuurjoar in… met al zien pracht,
Ie zeet ’t an de leu…de meesten lacht
Wat is’t toch mooi bie ons in Twente,
Joa….ok Oatmöske komp in de lente.

Freddy Mensink, april 2018

Openluchtbad Kuiperberg

Openluchtzwembad De Kuiperberg

Waar in Ootmarsum is het heerlijker vertoeven,
Dan in het openluchtzwembad, op een zwoele zomerdag,
Waar je blote billen voorbij ziet zoeven,
Vrijheid, blijheid…een zomerse lach.

De zon schittert in het rimpelende water,
De speelweide bezaaid met veel zonnend bloot,
Onbekommerd….alle zorgen voor later,
Geniet eenieder, van klein tot groot.

De vroegste vogels, al ’s morgens om zeven,
Voor hun dagelijkse baantjes, in het diepe bad,
Dan is er verder nog weinig te beleven,
Er kruist nog niemand hun zwemmerspad.

Zo tegen de middag, vooral in het weekend
Verschijnt de jeugd met veel bravoure,
Op de hoogste springplank flaneert een vent,
Gespierd, gebruind, een echte stoere.

Je ziet meiden kijken over hun zonnebrillen,
Verlegen denkend, was hij maar van mij,
Ze zien zijn cool vet gespierde billen,
Hij duikt, wat jammer…al weer voorbij !

Wat een ontspanning, wat een heerlijk vermaak,
Bakken in de zon, of in de schaduw van een beuk,
Het valt bij iedereen in de smaak,
Ootmarsum’s buitenbad, ontzettend leuk.

De zwemvierdaagse, volop bewegen
Gezond en ontspannend, voor jong en voor oud,
Aan de flanken van de Kuiperberg, zo welgelegen
Dit prachtige bad, waar ieder van houdt.

Een belangrijke functie, al meer dan vijftig jaar,
Waar eenieder zich voelt als een vis in het water
Daarom Gemeente, maak een duidelijk gebaar,
Dit bad blijft bestaan, voor altijd….voor later !

Freddy Mensink, juni 2018

 

Siepelmarkt in Oatmöske

Siepelmarkt

’s morns heel vroog al reuring in de stad
De meeste leu ligt dan nog plat,
De eerste kinner hebt hun stie a vunnen,
Pa en ma bint a drok met oetpakken begunnen
Van prullaria woar ze völ te völ van hebt,
Zodat ’t non ne de Siepelmarkt wördt slept
Gewiekste koopleu die nich lang wocht,
Hebt de eerste spullen a oet’n kattenbak van’n auto kocht !

Gierzwaluwen bovven de Hervormde Kèrk,
An de Ganzenmarkt bint völ vriejwilligers an’t wèrk
Want bie Ons Gebouw a vroog op’n dag,
Het eerste pankokenbeslag.

Oaweral kröampkes, van alles te koop
En der komp mie toch völ leu tehoap !
Ie preuft het verleden, de nostalgie
Zölfs brulften-neugers bint der bie
Met trekbuul, völ gezang, en dans
Boerendaansers met kleppernde kloomp en sjans

Bie Ons Gebouw, vriejwilligersgelach
Want het geet harstikke mooi met ‘t pankokenbeslag

Maandenvlechters, stroopwafelbakkers,
Goarenspinners, hoaltbewèrk-hakkers,
Kaantklossers en de kloompenmaker
Met de veldwachter, as een soort bewaker
Van al dat vroger dagelijks gebeuren,
Da’j hier nog zo mooi kunt zeen en heuren.

Parkeerplaatsen vol, gezelligheid troef,
Bie Ons Gebouw löp der één met nen witten toef,
Den hef a zwat ’n helen dag,
In zien hoar dat pikkerige pankokenbeslag.

En as dan teggen ’n deuster de lechten an wördt stökken,
De meeste vrumden wier bint vertrökken
Is het feest vuur jong en old op ’n ean van’n dag
Ok vuur de vriejwilligers van ’t pankokenbeslag.

Freddy Mensink, juli 2018