Bergplein plein, Ootmarsum
Foto: Herman Steigstra; 2020

Op de plaats waar nu het Bergplein is, stonden tot het eind van de Tweede Wereldoorlog twee woningen, met in 1832 de nummers De Stad 239 en De Stad 240. De Stad 239 lag aan de kant van de Ganzenmarkt, De Stad 240 aan de Bergstraat. Het perceel aan de Ganzenmarkt was eigendom van de schoenmaker Gerrit van Tubbergh (1799-1857), het perceel aan de Bergstraat van de Stad Ootmarsum.

Berghvrede

Op deze plek was oorspronkelijk de Berghvrede, de oorsprong van Ootmarsum:

Op 1 Juli 1325 bevestigde Bisschop Johan van Diest de rechten en vrijheden, die Ootmarsum van zijne voorgangers verkregen had. In eene oorkonde van 1393 is er sprake van een „berghvrede”, d.i. eene apart liggende versterking, terwijl eenige jaren later, in 1397, Ootmarsum door bisschoppelijke gunst het recht verwierf, om zich in eene vesting te bemantelen en te versterken, zooals het luidde: „om der stad to vesten ende to verbeteren ende den synghelgraven to maken als den scepenen dit guet ende best dunket to syne”. Ter bestrijding der kosten van verbetering der wegen werd haar toegestaan, tol te heffen en weggeld te vorderen van „beesten en allerhande vrachten”. Het recht van windmolen werd Ootmarsum in 1502 verleend.

Bombardement

In de nacht van 29 op 30 januari 1945 vielen op deze plaats de bommen die geallieerde vliegtuigen lieten vallen. Dat gebeurde per abuis, omdat de piloot van een Engelse bommenwerper in een luchtgevecht met een Duitse jachtvlieger zijn bommenlast kwijt wilde en dacht dat hij boven Duits grondgebied vloog. De gevolgen voor Ootmarsum waren rampzalig. Één van de bommen kwam terecht bij de put in de Bergstraat en explodeerde.

Daarbij kwamen twee buurtbewoners om het leven. De 34-jarige Femmie Davids (1910-1945), lerares aan de protestantse school, was op slag dood en de 12-jarige Johan Heupink (1932-1945) overleed een dag later aan zijn verwondingen in het ziekenhuis in Oldenzaal. Daarnaast raakten nog eens zes buurtbewoners in meer en mindere mate ernstig gewond. Vele tientallen woningen werden geheel of gedeeltelijk verwoest of raakten beschadigd.

De wederopbouw werd in 1950 afgerond. Bij deze gelegenheid werd door burgemeester Schimmelpenninck van der Oye het oorlogsmonument onthuld op de plek waar de bom viel en explodeerde. ‘Ter herinnering aan vijf jaren oorlog, leed en verdrukking’, staat er op het stenen monument.

De Stad 239

Van Tubbergh

Het perceel aan de Ganzenmarkt was eigendom van de schoenmaker en klokkenist Gerrit van Tubbergh (1799-1857), in 1826 getrouwd met Regina Gewald (1802-1879).

Een dochter van Gerrit en Regina, Johanna Catharina van Tubbergh (1839-1875), trouwt in 1864 met de 61-jarige weduwnaar en deurwaarder Jakobus Klaasens Velthuizen (1803-1880). Het echtpaar kreeg hier 6 kinderen. Vader was 73 jaar oud toen hun laatste kind werd geboren!

Na het overlijden van Velthuizen, wordt de woning in 1861 gekocht door vrachtrijder en koetsier Bernardus Veldhuis (1830-1889). De woning werd tot 1890 bewoond door het gezin van Berend Jan Albers (1820-1903) en Aleida ten Voorde (1818-1908). Verscheidene kinderen, kleinkinderen en enkele gepensioneerde militairen woonden er bij in.

Van Benthem

In 1902 werd de woning verkocht aan Bernard van Benthem (1864-1950) die in 1896 was getrouwd met de dochter Hermanna Maria Veldhuis (1871-1953) van Bernardus Veldhuis. Bernard was kleermaker en werd ook wel kaantn snieder genoemd.

De Stad 240

Wij gebruiken cookies om de bezoekersstatistieken op anonieme basis te registreren

2021-08-11 23:05:32