Bergplein put, Ootmarsum
Foto: BMS; 1920

Op de plaats waar nu het Bergplein is, stonden tot het eind van de Tweede Wereldoorlog twee woningen, met in 1832 de nummers 247 en 248. Huis 247 lag aan de kant van de Ganzenmarkt (woning vooraan op deze foto), 248 aan de Bergstraat (nog net te zien op deze foto). Het perceel aan de Ganzenmarkt was eigendom van de schoenmaker Gerrit van Tubbergh (1799-1857), het perceel aan de Bergstraat van de Stad Ootmarsum.

Berghvrede

Op deze plek was oorspronkelijk de Berghvrede, de oorsprong van Ootmarsum:

Op 1 Juli 1325 bevestigde Bisschop Johan van Diest de rechten en vrijheden, die Ootmarsum van zijne voorgangers verkregen had. In eene oorkonde van 1393 is er sprake van een „berghvrede”, d.i. eene apart liggende versterking, terwijl eenige jaren later, in 1397, Ootmarsum door bisschoppelijke gunst het recht verwierf, om zich in eene vesting te bemantelen en te versterken, zooals het luidde: „om der stad to vesten ende to verbeteren ende den synghelgraven to maken als den scepenen dit guet ende best dunket to syne”. Ter bestrijding der kosten van verbetering der wegen werd haar toegestaan, tol te heffen en weggeld te vorderen van „beesten en allerhande vrachten”. Het recht van windmolen werd Ootmarsum in 1502 verleend.

Bombardement

In de nacht van 29 op 30 januari 1945 vielen op deze plaats de bommen die geallieerde vliegtuigen lieten vallen. Dat gebeurde per abuis, omdat de piloot van een Engelse bommenwerper in een luchtgevecht met een Duitse jachtvlieger zijn bommenlast kwijt wilde en dacht dat hij boven Duits grondgebied vloog. De gevolgen voor Ootmarsum waren rampzalig. Één van de bommen kwam terecht bij de put in de Bergstraat en explodeerde.

Daarbij kwamen twee buurtbewoners om het leven. De 34-jarige Femmie Davids (1910-1945), lerares aan de protestantse school, was op slag dood en de 12-jarige Johan Heupink (1932-1945) overleed een dag later aan zijn verwondingen in het ziekenhuis in Oldenzaal. Daarnaast raakten nog eens zes buurtbewoners in meer en mindere mate ernstig gewond. Vele tientallen woningen werden geheel of gedeeltelijk verwoest of raakten beschadigd.

De wederopbouw werd in 1950 afgerond. Bij deze gelegenheid werd door burgemeester Schimmelpenninck van der Oye het oorlogsmonument onthuld op de plek waar de bom viel en explodeerde. ‘Ter herinnering aan vijf jaren oorlog, leed en verdrukking’, staat er op het stenen monument.

De woning van kleermaker Bernard van Benthem (1864-1950), hier op deze foto, is niet herbouwd en maakt nu deel uit van het Bergplein.

Huis 247

Van ca. 1800 tot 1838 hebben hier de 4 ongehuwde kinderen van Jan Lambers en Hermken Sierling gewoond: Joannes (1738-1817), Aleida (1745-1817), Joanna (1750-1817) en Gezina (1753-1838). De oudste 3 overleden alle in 1817. Gezina was ongehuwd moeder van Helena Lambers (1769-1847), die trouwde met Gerrit Steggink (1778-1854) en hier ook bleef wonen. Gezina was schoonmaakster en eigenaresse van het pand huis 257, tegenwoordig Bergstraat 17. Wellicht oefende zij hier haar beroep uit!

Tot in de 20-er jaren woonde hier kleermaker Bernard van Benthem (1864-1950), ook wel kaantn snieder genoemd.

Huis 248

Hier woonden broer en zus Hendrikus Dopei (1763-1835) (kleermaker) en Aleida Dopeij (1771-1845). Aleida was getrouwd met de timmerman Albert Reurink (1779-1848). Albert was eigenaar van het pand op no 258, nu Bergstraat 21. Waarschijnlijk was dit zijn werkplaats!

Achter op deze foto: E. Wientjes en de Bergstraat.



Wij gebruiken cookies om de bezoekersstatistieken op anonieme basis te registreren

2020-10-21 21:53:14