Nen mooi’n Twents’n aomd in oons Heemhoes

Het rijk gevulde en gevarieerde programma werd beloond met een daverend applaus van het publiek, leden en aspirant-leden. Daar doen we het voor. Nen onmeunig mooi’n aomd, aldus Hans Bolscher en mede-organisator. De Vereniging Heemhuis Poorten Frederik Ootmarsum organiseerde een heuse Twentse avond in het Heemhuis aan het Kerkplein 10, Ootmarsum. Een avond vol met muziek, zang, film, proza & poëzie.
Met aan de wand tekeningen van basisschoolleerlingen uit Agelo en Ootmarsum die onlangs een workshop Twents hebben gevolgd. Hubertien Bruns vertelde over de populariteit van het Twentse woord ‘tuffel’ onder deze jeugdige bezoekers van het Heemhuis, maar ook over een dreumes die ‘vief piepkes’ het mooiste Twentse woord vond en deze aldus tekende.
Het publiek werd bij binnenkomst opgewarmd door de accordeonist Toon Lansink. Het publiek was al snel enthousiast en zong mee waar mogelijk. En ging zelfs staan toen Paulien Kuipers hen trakteerde op een compilatie van enkele liederen waaronder ‘’De witte wieven daanst‘ en ‘Hier in Oatmöske’. Met het zelfgeschreven lied “’t Springendal” ontroerde Paulien de aanwezigen met de teloorgang van de natuur uit haar jeugd.
Een film over Oude Hengel en de zagerij starring Henny van de Kes, Brunnikhoes Jan en Douwe Oude Hengel bracht de zaal terug in het jaar 2007. Onwerkelijk om te zien hoe – na een hilarisch handjeklap -, twee boomstammen op een platte wagen door twee belsen de zagerij in worden getrokken. Mooi werk van de BMS in samenwerking met Rob Meenderink.
Het trio Ria Bossink, Christa Bolscher en Marriët Bank zong het driestemmige “Zoa ligt de stad in deepe röst as de karkklok zingt” en “Zeggensproak”.
Gerard Luft imponeerde het publiek met een kort en krachtig verhaal over hoe Twente is ontstaan. En natuurlijk nog een tweede, maar korter verhaal over ‘klooke Jantje’ en een uitsmijter over “De Dinkel geet zien eigen gang….dat doot wie ok….mer dan nig zo lang”.
Na afloop van het gedicht ‘De leste tuffel’ voorgedragen door Ria Bossink bleef het even stil.
Hubertien Bruns onthulde in delen voor en na de pauze welke ‘wieze sprök op ne tegel’ er allemaal waren ingezonden en ging daarbij in gesprek met een enthousiaste zaal. Het bleek alras dat de meeste wieze sprök troost, hoop of humor geven en een aanleiding zijn voor een gesprek. Hubertien legde digitaal contact met Jan Frommink die trots vertelde over de spreuk die hij thuis in Soest aan de muur heeft hangen: “God schiep uit gouden korenaren, eerst de Twentenaren en uit de rommel en de resten de mensen uit het westen”. Waarop de zaal kritisch reageerde met dat er niets mis is met mensen uit het westen.
De daaropvolgende prachtige co-productie van oost en west over hoe je diverse emoties uitgedrukt in het Nederlands een stuk korter kunt zeggen in het Twents maakte alles weer goed.
Dankzij Ben Raatgerink hebben we nog een paar mooie filmopnames van Ben Velthuis. Deze voordrachtskunstenaar beroerde het publiek met zijn verhaal op rijm over De oel die hij te klook of was west.
Nettie Aarnink die de avond aan elkaar sprak sloot af met een voorjaarsgedicht dat ze van haar moeder had geleerd: Mien Höfke. De eerste Twentse Aomd was een succes. Took’n joar wear nen Twentsen aomd?
Dat kan allenig as ter zich een paar leu opgeft veur de Werkgroep Twents Streektaal. Loat mer wet’n. Doar krieg ie meer schik an dan ie denkt!

